Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot de beschouwing van den waren tempel zouden worden geoefend.

In 't gebed doen dus ook stem noch gezang iets bij God af' tenzij zij voortkomen uit de diepe beweging des harten. Lippen en keelwerk verwekken meer zijn toorn. Jes. 20:13; Matth. 15 : 8. Nochtans zijn stem en gezang aan te bevelen, zoo zij slechts de beweging des harten vergezellen. Als hulpmiddel zijn zij nuttig, om ons glibberig verstand meer aandachtig Ie houden. Bovendien zijn al de leden des lichaams, niet 't minst de tong, geschapen om God te verheerlijken, vooral ook gemeenschappelijk in de vergadering der geloovigen.

Het gezang is al van zeer oude dagteekening. Zie 1 Cor. 14 : 15; Coll. 3 : 16. Eerst algemeen in de kerken van het Oosten. Later in Afrika en in die van het Westen, n.l. in de dagen van Ambrosius en Augustinus. Het is volgens Calvijn eene zeer heilige en heilzame instelling, wanneer het wordt ingericht met die deftigheid, welke voor het oog van God en van de engelen voegt; dan kan het dienen om de gemoederen tot waren ijver en vurigheid in het bidden op te wekken. Nochtans heeft men naarstig toe te zien, dat de ooren niet aandachtiger letten op de melodie der stem dan de harten op het geestelijke verstand der woorden. Alle gezangen, die alleen dienen om het oor te streelen, mishagen God.

De gebeden moeten in de volkstaal uitgesproken worden. Een onverstaanbaar gebed sticht niet. 1 Cor. 14 : 16 17.

Uitwendige gebaren (zooals kniebuiging, ontblooten'van het hoofd) zijn ook hulpmiddelen, door welke wij tot meerderen eerbied jegens God trachten op te klimmen. Doch meer dan hulpmiddelen mogen ze ook niet wezen.

In 't kort: zoowel in 't openbaar gebed als in 't bijzonder moet lippenwerk Gode mishagen;

het verstand moet door het vuur der overdenking zoo worden opgewekt, dat het ver te boven gaat wat de tong zou kunnen uitdrukken;

de tong is in ons bijzonder gebed niet noodzakelijk dan voorzoover het innerlijk gevoel niet krachtig genoeg is om zichzelf op te wekken, of voorzoover de tong door aandoening des gemoeds tot spreken gedreven wordt. (Hanna).

Sluiten