Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarheid zou schade doen ; en de overigen worden er niet minder van. Laat dan hij, die geen ooren heeft, de goede leer verwerpen ; zoo slechts hij die haar vat „neme en drinke, drinke en leve, en roeine in den Heere." (Aug.)

Calvijn haalt nog enkele schoone citaten van Auguslinus aan, die ook gezegd heeft, dat de waarheid niet onhandig, maar voegzaam moet worden voorgedragen, en, dewijl wij niet weten wie verkoren of verworpen zijn, zoo moeten wij alzoo gezind zijn, dat wij zouden willen dat allen zalig werden — en zoo moeten wij ook werkzaam zijn, het aan God overlatende de opwekking, bestraffing, enz. nuttig te maken voor degenen, die Hij te voren heeft gekend en verordineerd.

HOOFDSTUK XXIV.

De verkiezing bevestigd door de roeping Gods. De verworpenen halen zich een rechtvaardig verderf op den hals.

De roeping is als de bekendmaking der verkiezing. Hom. 8 : 20 (te voren gekend — verordineerd — geroepen). Eerst door de roeping komen de uitverkorenen tot het bezit en genot van datgene wat.in de verkiezing hun toegedacht is. „Geest der aanneming tot kinderen" Rom. 8 : 15, „Zegel en onderpand hunner toekomstige erfenis," Ef. 1 : 13.

De verkondiging van het Evangelie vloeit ook wel uit de bron der verkiezing, maar is toch geen genoegzaam bewijs der verkiezing. Ook de verworpenen hooren dat Evangelie. Maar God onderwijst de uitverkorenen krachtdadig tot geloof. Joh. 6 : 4t>; 17 : 6; (i : 44 („die uit God is — die het van den Vader geleerd heeft — die getrokken wordt — die komen"). En bij deze roeping geldt ook weêr uitsluitend de grondelooze barmhartigheid Gods, die in de verkiezing uitkomt. Rom. 9 :16 z/niet desgenen die wil "

Trouwens deze roeping is niet alleen gelegen in de verkondiging des Woords, inaur ook in de verlichting des Geestes, welke Hij den anderen onthoudt. Hand. 13 : 48. Deze inwendige roeping is alzoo een zeker onderpand der zaligheid, 1 Joh. 'A : 24 („wij weten dat wij kinderen Gods zijn uit den Geest, die ons gegeven is").

Sluiten