Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat blijkt uit het bijvoegsel : „de gemeenschap der heiligen." De leden van Christus hebben alle weldaden onderling gemeen ; hoewel bij verscheidenheid van gaven. Kn deze gaven zullen ze in broederlijke liefde elkander meedeelen (Hand. 4 : 32; Ef. 4 : 4), in de overtuiging dezelfde genadeweldaden deelachtig te zijn. En hebben wij nu de zekere bewustheid leden van deze kerk te zijn, dan hebben wij ook daarin weer een steunsel voor onze zaligheid. Onzer zijn dan de beloften, Joël 2 : 32; Obadja : 17 ; Ps. 46 : 6. Zelfs door datgene wat onze medeleden erlangen, wordt onze hope gesterkt. Het behoort ons immers mede toe.

Calvijn wil bijzonder handelen over de zichtbare kerk. Het woord „moeder" toont reeds hoe nuttig en noodig ons hare kennis is, en wat zij voor ons is. Buiten haar schoot is ook geen vergeving of eeuwige zaligheid te verwachten. Jes. 37 : 32; Joël 3:5; Ezech. 13 : 9; Ps. 106 : 4. Harer is Gods vaderlijke gunst en het bijzonder getuigenis des geestelijken levens. Afwijking van de kerk is altijd doodelijk.

Hoe is nu de kerk voor ons eene moeder? Ef. 4 : 11. Christus heeft gegeven sommigen tot Apostelen ... profeten ... Evangelisten ... herders en leeraars ..Hierbij merkt Calvijn op : 1. In één oogenblik had Hij de zijnen kunnen volmaken ; Hij doet het echter langzamerhand door de opvoeding der kerk. 2. De wijze dier opvoeding is bijzonder de verkondiging der hemelsche leer, welke aan de leeraren is toevertrouwd. 3. Alle leden tot één toe zijn aan die instelling onderworpen.

Ook Jesaja wees op die ordening, hfdst. 59 : 21. Vergelijk ook Hom. 10 : 17 („het geloof uit het gehoor"). Reeds oudtijds wilde God dat er heilige bijeenkomsten bij het heiligdom zouden gehouden worden, opdat de overeenstemming des geloofs zou worden aangekweekt door de leer, welke door den mond van den priester werd voorgedragen. Met hoeveel achting wordt er van den tempel gesproken : „zijne woning" — „de plaats zijner ruste", waar „Hij woont tusschen de Cherubs", al is het dat een nietig, sterfelijk mensch den dienst waarneemt. God wil in zijne instelling als tegenwoordig erkend worden. Welk een schat in aarden vaten! Vergelijk ook Deut. 18 : 10. Ook ons wil Hij door menschen onderwijzen. Wij moeten niet alleen Gods Woord lezen, maar ook de leeraars hooren. Ter eener

Sluiten