Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ineenschap met haar onderhouden . . . Voorzoover wij ze behooren te kennen heeft God haar dan ook met bepaalde kenteekenen aangewezen ... De Heere kent de zijnen — wij hebben naar het oordeel der liefde voor leden der kerk, voor kinderen Gods te houden die door belijdenis des geloofs, onberispelijkheid van wandel en deelneming aan de Bondzegelen denzelfden God en Christus met ons belijden ... En wat het lichaam der kerk betreft, hebben wij al zeer duidelijke nierkteekenen. Waar 1. Gods Woord recht gepredikt en gehoord wordt, en 2. de Sacramenten bediend naar de instelling van Christus — daar is eene kerk van God, Matth. 18 : 20, „Waar twee of drie . . ." Alle bijzondere kerken, die naar vereischte der menschelijke noodzakelijkheid alom in steden en dorpen opgericht zijn, bezitten met recht den naam en het gezag van kerk. En elke kerk, die aan bovengenoemde kenmerken beantwoordt, moet als kerk erkend worden. Zoo behouden wij de eenheid der Algemeene kerk, die de duivelsche geesten altijd getracht hebben te verscheuren.

Die beide merkteekenen kunnen nergens zonder vrucht en zegen zijn. Zoodanig eene kerk te verachten of te verlaten is groote zonde. Zij toch is : een pilaar en vastigheid der waarheid," en „het huis Gods," 1 Tim. 3 : 15. De kerk is dus de bewaarster der waarheid, en God is onze Huisvader, Die met geestelijke spijze ons voedt. Zij heet: Christi „bruid" — „lichaam" — „vervulling" (volheid) Eph. 1 : 23 ; 5 : 27. Afwijken van de kerk is dus eene verloochening van God en Christus.

De satan stelt zich tegen die merkteekenen. Hij tracht öf ze weg te nemen, öf ze als niets te doen achten. Door zijne listigheid is gedurende eenige eeuwen de zuivere verkondiging des Woords verdwenen ; terwijl ze nu weer door sommigen als niets geacht wordt.

Eene kerk met deze merkteekenen voorzien, moet nooit verworpen worden zoolang zij daarin volstandig blijft, al gaat ze anders aan vele gebreken inank. Ja, zelfs kan er iets gebrekkigs zijn in die beide zaken, doch niet in de fondamenteele stukken der leer; daarin moeten de kerken vaststaan en één zijn. In andere zaken kan er verschil zijn, Phil. 3 : 15; 1 Cor. 14 : 30. Maar om zulke verschillen mag men de kerk niet verlaten, noch de orde verstoren; wel trachten te verbeteren.

Sluiten