Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vele vromen, die wij niet kennen. Velen strijden meer tegen hun gebreken dan wij weten. Naar eene enkele daad moet men niet oordeelen. In de bovengenoemde kenteekenen ligt juist bijzondere kracht om de kerk te vergaderen.

De kerk wordt wel „heilig" genoemd (Eph. 5 : 25), ja, de Heere is gedurig bezig haar te heiligen ; doch hare heiligheid is niet volmaakt. De Heere heiligt zich alle eeuwen dooreen volk uit de onheilige massa, Ps. 89 : 4; 132 :13; Jerem. 31: 35.

Denk ook aan de kerk onder Israël naar de beschrijving der profeten. Wat schrikkelijke toestanden ! Toch hebben ze geen nieuwe kerken en altaren opgericht, maar in het midden van de vergadering der boozen, reine handen opgeheven. De begeerte om de eenigheid te bewaren hield hen van scheuring terug. Mogen wij dan terstond van de gemeenschap der kerk afgaan, wanneer niet aller zeden met onze beschouwingswijze of ook met de Christelijke Belijdenis overeenkomen ?

Denk ook aan de praktijk van Jezus en de Apostelen; zij zonderden zich niet af van den tempel en de ceremonies. Zij wisten dat de oprechten niet worden verontreinigd door het gezelschap der boozen. Cjprianus zegt: „wij moeten maar toezien dat wij reine vaten, dat wij koren mogen zijn." Het godvruchtige geweten wordt niet gekwetst door de onwaardigheid van anderen, 't zij leeraar of gewoon lid.

Wij hebben op aarde eene kerk, die nog altijd bidden moet : „vergeef ons onze schulden." Die vergeving is het eerste wat wij noodig hebben en wat ons betuigd wordt bij onze intrede in de kerk; ook bij den voortgang hebben wij die noodig om in de kerk te blijven, en moeten wij ons daarvan verzekerd houden.

Om deze weldaad deelachtig te maken is de macht der sleutelen aan de Kerk gegeven, d. i. de macht om de zenden te vergeven. (Matth. 16 : 19; 18 : 18; 20 : 23) — niet alleen dengenen, die voor 't eerst tot de Kerk komen, maar ook bij den voortgang, 2 Cor. 5 : 20 ('t woord der verzoening). Zoo worden ons dan de zonden gedurig vergeven in de gemeenschap der heiligen door den dienst der Kerk. En dit in 't openbaar en bij de huizen. Hand. 20 : 20.

Derhalve 1". elk heilige heeft heel z'n leven vergeving noodig; 2". alleen in de gemeenschap der Kerk kunnen wij haar ge-

14

Sluiten