Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wijze van verkiezing geschiedt nergens volgens goddelijk of kerkelijk recht. Het recht van het volk is opgeheven. De kanonieken kiezen den bisschop, het volk heelt niets te zeggen. En hoedanigen kiezen zij !

Hoe kwam men tot zulk een praktijk? Het volk werd gaandeweg trager en schoof den ouderlingen de verkiezing meer en ineer op den hals ; dezen hebben de gelegenheid misbruikt om voor zich heerschappij te verkrijgen, die zij later door nieuwe „regelen" bevestigd hebben. Dit is ook oorzaak geweest dat sommige vorsten die verkiezing zich, met toestemming van den paus, toegeëigend hebben. En wat is beter: door de vorsten of door de kanonieken ?!

De bisschoppen ineenen ook dat 't recht om ouderlingen en diakenen aan te stellen hun alleen toekomt. Ook stellen ze geen ouderlingen aan, die 't volk hoeden en weiden, maar priesters om offeranden te doen; en diakenen om zekere ceremonies van drinkbeker en schotel te verrichten. Zij ordenen velen ook zonder dat ze eene plaats krijgen. Ze geven den titel, als de geordende zichzelf maar onderhouden kan of belooft zichzelf te zullen onderhouden, enz. Het onderzoek, dat ingesteld wordt, beteekent niets, als ze maar eenig geld of geschenk meebrengen, dan loopt het wel los. Ook bij de ordening heeft veel kluchtspel plaats.

Wat de beneficiën (priesterplaatsen) aangaat, van de honderd wordt nauwelijks één zonder omkooping gegeven. Bloedverwantschap, enz. enz. beschikken ze iemand. Aan allerlei soorten van menschen worden ze gegeven. Om niets wordt meer gepleit voor de rechtbanken Zelf bastaarden erven ze van hunne ouders.

Eén persoon — en hoedanig één ! — heeft soms vijf of zes kerken te besturen. Jongelieden aan de hoven der vorsten hebben soms zóóveel abdijen, zóóveel bisdommen, etc. Vele kanonieken hebben zes, zeven priesterambten, waarvoor ze niets doen dan de inkomsten ontvangen. En hierin zou dan de heilige opvolging gelegen zijn ! . . .

En hoe ontrouw zijn zij in de bediening van hun ambt!

Er zijn tweeërlei priesters: monniken en wereldlijke priesters. Volgens de oude kerk konden monnikschap en priesterschap niet samengaan (Gregorius, Hieronymus).

Sluiten