Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ambt, ook wat de werkzaamheden aangaat. En onder elkander deelen zij alle kerkelijke goederen, zoodat het niet anders is dan ééne heiligschennende rooverij, waarvan de bisschoppen en priesters in de steden zich rijk gemaakt hebben.

De bewering dat die pracht der Priesterorde dient om de waardigheid der kerk op te houden, ja, dat zoo eerst de voorspellingen der oude Profeten aangaande de heerlijkheid van het Koninkrijk van Christus vervuld worden (Ps. 72 : 10; Jes. 52 : 1; 60 : 6 e.a.), wordt door Calvijn kortelijk weerlegd met een beroep op de dagen der Apostelen, op keizer Theodosius en op de Synode van Aquileja, welke verklaarde : c/De armoede is in des Heeren priesteren eervol."

De kerken, etc. worden bovenmate weelderig versierd. Men koestert meer zorg voor de doode dan voor de levende tempelen. Men zal immers geen kelkje of kroesje willen breken om in den nood der armen te voorzien. En deze weelde heeft niet plaats van de eigenlijke kerkegoederen (die kunnen de priesters wel op), maar van de dagelij ksche aalmoezen voor de armen. Ook wat van de landerijen en vaste goederen komt, gebruiken vooral de bisschoppen en abten tot allerlei weelde, brasserij, enz. Ja, hun hebzucht is onverzadelijk ; zij willen nog steeds meer aan zich trekken, zelfs dorpen en kasteelen, landvoogdijen en rijken. Doch de grootste schande is nog, gelijk reeds gezegd is, dat de aalmoezen die voor de armen gegeven worden tot bovengenoemde doeleinden gebezigd worden; waaruit ten duidelijkste blijkt dat de wettige orde van het diakenschap bij hen reeds lang is opgeheven, zoodat zij geen recht meer hebben om met dien titel te pralen.

HOOFDSTUK VI.

Van de opperhoofdigheid van den Roomschen stoel.

De Roomschen binden de kerk vooral aan het primaat van Rome's bisschop. Zij hebben het hoofd behouden ; u-ij niet. Zij zijn dus de kerk; icij scheurmakers. Volgens hen is de erkenning van den Roomschen Paus wel de voornaamste band van eenheid, daar deze toch de stedehouder van Christus is

Sluiten