Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten tijde van Gregorius en Bernardus. Te Rome is thans nocli kerk noch bisschop. Niets van het ambt neemt hij waar. Hij heeft niets van het bisschopsambt, maar wel alles wat er mee strijdt, zoo in leer als in leven. En uit zelfbehoud woedt hij tegen het Evangelie. Is dat de Stedehouder van Christus ?! Is dat de Apostolische stoel ?! Wat Home te voren ook geweest zij, thans is zij de zetel van den antichrist!

De woorden van Paulus 2 Thess. 2 : 4 kunnen van niets anders verstaan worden dan van het Pausdom. D&wijl de Paus op eene onbeschaamde wijze hetgeen alleen God en vooral Christus toekomt op zich overgebracht heeft, zoo is hij zonder twijfel de aanvoerder en vaandrager van het goddelooze en verfoeielijke rijk van den antichrist! Ook noemt Calvijn hem : de meest geslagene vijand van Christus, de hevigste bestrijder des Evangelies, de grootste verwoester en verstrooier der kerk, de wreedste slachter en beul van al de heiligen.

Wat voorts de personen aangaat, het is bekend dat onderscheidene pausen (o.a. Julius, Leo, Clemens, Paulus) loochenaars waren van God en onsterfelijkheid, en het Evangelie een boek vol fabelen achtten. En de Paus kan niet dwalen ! (Luc. 22 : 32). Paus Joh. XXII beweerde openlijk dat de zielen sterfelijk zijn, en tegelijk met de lichamen vergaan tot den dag der opstanding. En niemand der kardinalen weersprak het. Door den dwang van den Koning van Frankrijk heeft hij die dwaling herroepen.

Wat de zeden betreft, is het te Home, niet het, minst aan het hof van den paus, een stinkpoel. Ze gelijken daar meer monsters dan menschen, en zijn niets minder dan bisschoppen.

De kardinalen (priesters te Home) waren vroeger niet hooger, ja minder dan bisschoppen; zij werden gewone priesters geacht. Op een concilie te Home, ten tijde van Gregorius, zaten die priesters op de laatste plaats. Zij moesten den bisschop ter zijde staan. Nu zijn die zoogenaamde kardinalen bloedvrienden van koningen en keizers geworden. Ook hun ambt is echter van nul en geener waarde. Hun vonnis leest gij in Mal. 2:8: „Gij zijt van den weg afgeweken, gij hebt velen doen struikelen in de wet; ja gij hebt het verbond van Levi verdorven, zegt de Heere: daarom ziet, zoo heb Ik ook u verachtelijk en onwaardig gemaakt voor het gansche volk".

Sluiten