Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

versterking behoeft. Zie daarentegen Luc. 17 : 5; Mare. 9:24; Eph. 4 : 13. Hun eigen geweten getuigt ook dat ze onvolmaakt zijn. — Ze wijzen ook op den Kamerling, die gedoopt mocht worden, indien hij ,/van ganscher harte" geloofde (Hand. 8); hier was dus h. i. geen plaats voor versterking. ,/Van ganscher harte" beteekent: van harte, met een oprecht gemoed.

Maar is dan de H. Geest tevergeefs gegeven ? Die moet toch

het geloof werken en versterken De H. Geest gebruikt

Woord en Sacramenten, en baant hun den toegang tot onze harten. Zonder Hem raken ze alleen oog en oor. De Sacramenten zijn ijdel en onnut zonder de werking van den Geest, doch zijn met veel kracht vervuld wanneer Hij inwendig werkt. Calvijn wijst hierbij op het gezicht- en gehoorvertnogen, zonder hetwelk wij aan het licht en het geluid niets zouden hebben. Door het gezicht in onze oogen zien wij het licht, enz. Zoo bekwaamt ons de H. Geest door zijne inwendige verlichting om die versterking aan te nemen, die door de Sacramenten voorgesteld wordt. Hij toont ons, doet ons beseffen dat God ons zoo aanspreekt, Hij vermurwt de hardheid van ons hart en maakt het geschikt tot gehoorzaamheid. In één woord, Hij brengt alles van de ooren en van de oogen tot de ziel.

Het Woord is als een zaad (Matth. 13). In goede aarde draagt dat vrucht. Zoo ook het Woord in eene door Gods Geest bearbeide ziel. Toch zeggen we: het koren wast op uit het zaad. Zoo ook het geloof uit het Woord.

De Sacramenten zijn middelen ter versterking van het geloof, zoozeer dat de Heere soms de Sacramenten zelve wegneemt, wanneer Hij het vertrouwen wil wegnemen op de dingen, die in de Sacramenten door Hem beloofd waren. God berooft Adam van de gave der onsterfelijkheid, en verhindert hem nu ook om van den boom des levens te eten, Gen. 3 : 22 „dat hij niet neme van die vrucht en leve tot in eeuwigheid." Niet dat die vrucht hem de verloren onsterfelijkheid kon wedergeven ; maar, opdat hij geen ijdel vertrouwen op de onsterfelijkheid zou koesteren door dit teeken van Gods belofte. — Zie ook Eph. 2 : 12 (Als onbesnedenen waren zij eertijds ook zonder de beloften, enz.)

Wij ontnemen alzoo niet de eere aan God. God werkt door middelen in de natuur en op het gebied der genade. Nu mogen

Sluiten