Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze was den Joden een teeken van de onreinheid hunner natuur, alsmede een teeken en onderpand van de belofte aan Abraham gedaan (Gen. 22:18), nl. aangaande Christus (Gal. 3:16) een zegel ook van de rechtvaardigheid des geloofs (Rom. 4 : 11). 2°. Wasschingen en reinigingen. Deze waren hun een teeken hunner onreinheid en besmetting, en de belofte van een ander bad tot reiniging daarvan (Hebr. 9 : 1, 14), nl. Christus (1 Joh. 1:7; Openb. 1 : 5). 3°. De offeranden, welke teekenen waren hunner ongerechtigheid ^en van de noodzakelijkheid der genoegdoening aan het recht Gods, alsmede van Hem, door wien die genoegdoening zou geschieden, nl. Christus (Hebr. 4 : 14; 5 : 5; 9 : 11; Philipp. 2:8; Rom. 5 : 19).

De Sacramenten van het N. Testament. Deze stellen Christus klaarder voor. Hij is nu waarlijk door den Vader gegeven. De Doop en het Avondmaal betuigen ons dat wij gereinigd, gewasschen, verlost zijn, nl. door Christus, die gekomen is door water en bloed (1 Joh. 5 : 6), uit wiens zijde water en bloed vloeide (de bron onzer sacramenten volgens Augustinus. Joh. 19 : 34). Alzoo zijn onze Sacramenten meerder dan die van het O. Testament.

Dit wil niet zeggen : de Sacramenten van het O. Testament schaduwden Gods genade alleenlijk af — die van het N. Testament brengen ze dadelijk toe. Zie 1 Cor. 10 : 3 : de vaderen hebben dezelfde geestelijke spijze gegeten, nl. Christus. En in Rom. 4 : 11 heet de besnijdenis een zegel van de rechtvaardigheid des geloofs.

Maar, zegt men, de besnijdenis der letter heeft toch geen waarde bij God, volgens Paulus. 't Is waar. Doch ook niet de uitwendige doop zonder meer, 1 Cor. 10 ; 5 ; 1 Petr. 3: 21. — Maar, de besnijdenis met handen stelt hij toch tegenover de besnijdenis van Christtus, Coll. 2 : 11... De Apostel redeneert daar tegen hen, die de besnijdenis als noodzakelijk vorderden. Hij wijst hen er op dat zij het wezen der schaduwen hadden, en toch ook een uitwendig teeken nl. den doop. Waartoe nu nog de besnijdenis ? — Maar: alle Joodsche ceremoniën waren schaduwen, en het lichaam dier schaduwen is in Christus (Coll). Het bloed der beesten reikte niet tot de gewetens; de wet heeft een schaduw der toekomende goederen, niet het beeld

Sluiten