Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf der zaken; de onderhouders hebben door de Mozaïsche ceremoniën geene volmaaktheid bekomen, enz. (Hebr.) Blijkt ook daaruit niet dat de Oudtestamentische Sacramenten louter schaduwen waren? De Apostel handelt daar niet over het wettig gebruik, maar over het bijgeloovig misbruik, tegenover de valsche apostelen, die in de bloote ceremoniën den godsdienst stelden, zonder eenig opzicht op Christus. Ook bedenke men dat die ceremoniën eerst hunne vervulling kregen toen Christus geopenbaard was in het vleesch, en dat een schaduw verdwijnt bij het heldere licht der zon.

In dit stuk waren de ouden vaak overdreven in hunne uitdrukkingen, maar zij bedoelden het toch niet verkeerd. Augustinus bijv. betoogt herhaaldelijk dat de Sacramenten van het Oude Testament dezelfde zaak beteekenen en dezelfde kracht hebben als die van het N. Test. „Hunne spijs en drank en die van ons zijn in het sacrament dezelfde, nl. één in beteekenis, niet in gedaante; want dezelfde Christus werd hun afgebeeld inde steenrots die ons geopenbaard is in het vleesch" Dezelfde Augustinus zegt evenwel ook, dat na het verschijnen van Christus sacramenten zijn ingesteld minder in getal, treflelijker in beteekenis, uitnemender in kracht. En 700 is het. Want de bedeeling van het N. Testament is heerlijker en overvloediger dan die van het O. Testament.

HOOFDSTUK XV.

Over den Doop.

De doop is een teeken van inlijving, waardoor wij in de gemeenschap der kerk worden opgenomen, opdat wij in Christus ingeplant zijnde onder de kinderen Gods mogen gerekend worden. De doop dient tot een getuigenis van ons geloofsvertrouwen bij God en van onze belijdenis bij de menschen.

De doop brengt ons geloof drie dingen toe. Vooreerst is hij een teeken en bewijs, ja een zegel van de volkomene uitwissching onzer zonden. Wij worden gedoopt//tot vergeving onzer zonden." Aan den doop is de belofte van „zaligheid" verbonden, in verband met het geloof. Mare 16 : 16 „die geloofd

Sluiten