Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terugkrijgen. Maar welk een afstand tusschen Hem en ons ! Nu Hij echter in ons vleesch woont, is Hij niet verre van ons, en stelt Hij zich aan ons voor om door ons genoten te worden. Zijn vleesch is een levendmakend vleesch, immers doortrokken met de kracht der Godheid, Joh. 0 : 48, 51. Zijn vleesch is dus waarlijk spijs en zijn bloed waarlijk drank. De geloovigen vinden alzoo het leven in hun eigen vleesch, nl. in Christus.

Wel heeft zijn vleesch die kracht niet door zichzelve, maar het is van de volheid des goddelijken levens doortrokken, en levendmakend. Zoo vat Calvijn Joh. 5 : 20 op („Gelijk de Vader het leven heeft in zichzelven alzoo heeft Hij ook den Zoon gegeven het leven te hebben in zichzelven"), waar, volgens hem, niet gesproken wordt van wat Hij vóór zijne menschwording bezat, maar wat Hij in het vleesch bezit. De volheid des levens woont, derhalve ook in zijne menschheid, hoewel zijne Godheid de eigenlijke bron is. Dus is voor allen noodzakelijk de gemeenschap aan het vleesch en bloed van Christus, waarvan de Apostel zegt: „deze verborgenheid is groot!" Eph. 5 : 30 („onze lichamen zijn leden van Christus" — ,/Wij zijn van zijn vleesch en beenen").

Wel schijnt het onmogelijk, vanwege den verren afstand, dat zijn vleesch en bloed ons tot spijs en drank zou verstrekken, maar het vermogen des H. Geestes gaat al ons begrip te boven. Hij kan het leven van Christus in ons overstorten.

Deze gemeenschap nu aan zijn vleesch en bloed verzegelt ons het Avondmaal, 1 Cor. 10 : 10. Dat is de beteekende zaak in het Avondmaal, welke bij recht gebruik genoten wordt, even zeker als het uitwendige teeken.

De stoffelijke teekenen in het Avondmaal beteekenen en verzegelen ons : de beloften Gods — Christus die de inhoud dier beloften is — alsmede de kracht of vrucht der belofte n.1. de weldaden van Christus : verlossing, rechtvaardigmaking, heiligmaking, eeuwig leven. Maar hoe zullen wij die genieten zonder zijne ware gemeenschap, zonder met Hem tot één lichaam vereenigd te zijn, gelijk het Sacrament ons beteekent en verzegelt?

Aan de andere zijde heeft de duivel eene wonderlijk bijgeloovige overdrijving en vermenging van teeken en beteekende zaak ingevoerd. De verstanden der menschen worden van den hemel afgetrokken, alsof Christus aan de stof en het brood

Sluiten