Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

donkerd en besmet; maar als vernietigd heeft hij het toen inen de dwaling ging gelooven : dat de Mis een offer en opdracht is om vergeving der zonden te krijgen. Met deze dwaling hebben de Roomsche Antichrist en zijne profeten de gansche wereld vervuld. Diepe wortelen heeft deze dwaling geschoten, welke niet anders uitgeroeid kan worden dan met den bijl van Gods Woord.

1°. De Mis onteert Christus met grooten smaad als onzen eenigen Hoogepriester. — Christus is geheiligd tot Priester en Hoogepriester, en dat tot in eeuwigheid (Hebr. 5 : 5, 10; 7 : 17, 21; 9 : 11; 10 : 21; Ps. 110 : 4; Gen. 14 : 18). Deze verborgenheid was lang te voren afgebeeld in Melchizedek, van wien de Schrift, na hem eenmaal als Priester des levenden Gods te hebben ingevoerd, later nooit weer melding maakt — alsof hij geen einde des levens gehad had. Naar diens ordening is Christus een eeuwig Priester, die geen opvolgers en ambtgenooten noodig heeft, Hebr. 7 : 23.

Maar Melchizedek bracht toch brood en wijn. Zeker, maar niet om ze te offeren .... Maar waarom volgt daar dan op : „en hij was een priester des Allerhoogsten Gods" ? Dit staat in verband met de zegening, waardoor hij zich de meerdere dan Abraham toonde.

2". De Mis bedekt en vernietigt het kruisen het 1 ij den van Christus. — Christus heeft zich aan het kruis opgeofferd en ons eene eeuwige verlossing verworven, Hebr. 9 : 12. De kracht zijner offerande blijft altijd voortduren. Herhaling is dus niet noodig. Elk altaar werpt het kruis van Christus omver. Hebr. 9 : 2<»; 10 : 10, 14, 16; Joh. 19 : 30 („Het is volbracht"). De Mis is derhalve een groote vermetelheid des Satans.

Beuzelarij is het, te beweren, dat het geen ander offer is, maar herhaling van de eéne offerande; of: het is geen herhaling, maar telkens vernieuwde toepassing aan het gemoed.

Tevergeefs beroepen zij zich op Maleachi : „eens zal door de geheele wereld den Heere brandoffer en rein spijsoffer worden opgeofferd. De profeten duiden vaak den geestelijken dienst van God door de zienlijke ceremoniën van hunnen tijd aan, gelijk in 't algemeen door voorbeelden aan hun tijd ontleend. Joël 2; Jes. 19 : 21 v.v.

Sluiten