Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BOETE

of poenitentia, waarover reeds vroeger in het algemeen is gehandeld, doch nu als Sacrament.

De oude kerk had in de openbare poenitentia (of boete) deze orde, dat zij die de hun opgelegde voldoeningen volbracht hadden, inet plechtige oplegging der handen werden verzoend. Deze oplegging der handen was een teeken der vergeving (absolutie), waardoor de overtreder zelf in het vertrouwen van de vergeving zijner schuld versterkt werd, en de gemeente vermaand om hem welwillend in genade weer op te nemen. Cvprianus noemt dit: „den vrede geven." Opdat deze handeling te statiger zou wezen, en bij het volk meer gezag hebben, werd verordend, dat zij altijd door den bisschop geschieden moest, al nam de geestelijkheid ook vaak aan de handoplegging deel. Later is deze zaak zóó vervallen, dat men die ceremonie niet slechts bij de openbare, maar ook in bijzondere absolutie gebruikte. Die oude instelling vindt Calvijn aanbevelenswaardig en de nieuwe durft hij niet scherp afkeuren. Men bedenke echter dat die ceremonie van de oplegging der handen door nienschen en niet door God is ingesteld.

Nu willen de Roomschgezinden hier met alle geweld een Sacrament vinden, d.i. een uitwendige ceremonie tot versterking van ons geloof, door God ingesteld. Dat is 't echter niet. Er is hier zelfs niet eene uitwendige lichamelijke gedaante, gelijk in elk Sacrament. Noch bij de uitwendige, noch bij de inwendige poenitentie. Veeleer zou men niet de poenitentie, maar de absolutie van den priester (eene uitwendig zichtbare handeling) een Sacrament kunnen noemen, in verband met de belofte deisleutelen. Maar in deze zaak is geen bepaalde belofte gegeven, die de eenige grond van een Sacrament is. En de ceremonie der absolutie (zie boven) is een uitvinding van menschen.

Dit bastaard-sacrament wordt genoemd: „de tweede plank na de schipbreuk;" zoo iemand het kleed der onschuld, in den Doop ontvangen, door zondigen verontreinigd heeft, kan hij het door poenitentie herstellen. Hiermede doet men te kort aan de kracht van den Doop die zelf met recht een Sacrament der Boete (of poenitentie) kan genoemd worden, wijl hij dengenen, die bekeering wenschen te oefenen, gegeven is tot bevestiging der genade en versterking des vertrouwens. Mare.

Sluiten