Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vorsten en overheden zich schamen. Moeten zij niet Gods eer handhaven ? Zijn zij niet Gods stedehouders, die door zijne genade regeeren ? Te dien opzichte werden Israëls koningen vaak geprezen ot gelaakt. En nog is het gevoelen dwaas, alsof de overheid, met terzijdestelling van God en zijn dienst, zich alleen met de rechtsbedeeling onder de menschen te bemoeien had. — Wat de tweede tafel betreft, zie Jer. 22 : 3; ps. 82 • Deut. 1 : 10 e. d. p. Openbare zedelijkheid, rust en'welvaart moet hun doel wezen. David beoogde dat blijkens Ps. 101 .... Hiermee staat in verband het recht van belooning en straf! Jer. 21 : 12; 22 : 3. Anders gaan de staten te gronde.

Maar hoe kunnen de Overheden tegelijk godzalig zijn en bloed vergieten ? (Matth. 5:21; Jes. 11 : 9). Ze doen dat niet als C hristenen, maar als Overheid, aan wie God zelf het zwaard in de handen geeft, Rom. 13:4; Exod. 2 : 12; 32 : 27- 1 Kon. 2 : ;>; Ps. 101 : 8; Ps. 45 : 8; Spreuk. 20 : 2(5; 20:4, 5; 17 : 11, 15; 24 : 24. Toch moeten ze het recht, met goedertierenheid temperen. Deze is de beste raadgeefster en bewaarster van den koninklijken troon, Spr. 20 : 28. Niet te streng en niet te zacht. Het is wel kwaad te leven onder een \ orst, onder wien niets geoorloofd is; maar het is nog veel erger onder een zoodanigen te leven, onder wien alles wordt toegelaten.

Er zijn wettige oorlogen, bijv. 0111 de algemeene rust te bewaren, om de verdrukkers en oproermakers te straften ; om aanvallen af te weren.

Maar, zegt men, in het N. Testament vindt men geen getuigenis ot voorbeeld dienaangaande. Antwoord : 1°. De redenen, die vroeger bestonden, n.1. de onderdanen te beschermen, enz. bestaan nog; 2». De Apostolische Schriften hebben ten doel het geestelijke Koninkrijk van Christus te beschrijven; 3°. Christus heeft door zijne komst in dit stuk niets veranderd. — In Luc. 3 : 14 zegt Johannes wel tot de soldaten: „doet niemand overlast," maar niet: legt de wapens neer.

Toch moeten de Overheden niet dan door den noodgedwongen oorlog voeren, na eerst alle andere middelen beproefd te hebben.

Bezettingen, verbonden en krijgsmiddelen zijn derhalve ook geoorloofd. Ook schattingen en belastingen ten bate van het

Sluiten