Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zalig kunnen inroepen. Paulus echter leert dat ze Gods dienaresse is, ons ten goede; maar dan mogen wij ook van hare bescherming gebruik maken en hare hulp inroepen. Men mag bijv. den naaste in rechten dwingen, doch niet om allerlei nietigheden, niet uit bitterheid en wraak, waardoor ook de rechtvaardigste zaak ongoddelijk wordt. Zie Paulus' beroep Hand. 22 : 1 ; 24 : 12; 25 : 10. Alsmede Matth. 5 : 39; Deut. 32 : 35; Rom. 12 : 19.

Zegt men : wij moeten alles liever aan God overlaten, dan bedenke men : de Overheid is Gods dienares ; de wraak, welke de Overheid oefent, is niet die van een mensch, maar van God.

Maar Matth. 5 : 39 dan ? (den booze niet wederstaan; rechterwang, linkerwang; mantel, rok). Volgens Calvijn's schoone verklaring van deze plaats mag men toch wel het zijne beschermen en het publieke welzijn bevorderen. Jezus ziet vooral op de gezindheid des harten.

Ook 1 Cor. 6 : 1—8 strijdt hiermee niet. In Corinthe was toen een zoo groote drift om tegen elkaar voor den rechter te verschijnen, dat het Evangelie en de godsdienst er orn gelasterd werden. Tegen deze pleitwoede ageert de Apostel, niet tegen allen rechtshandel. Wel betaamt het den Christenen altijd liever van hun recht af te staan, dan naar de pleitzaal te loopen, waarbij gewoonlijk het hart verstompt en vertoornd wordt — maar als iemand zonder de liefde te krenken zijne zaak door recht kan beschermen, dan zondigt hij niet, vooral niet als het voor hem eene belangrijke schade zou worden. De liefde is in deze de beste raadgeefster. Zonder haar zijn alle processen etc. onrechtvaardig en goddeloos

De overheden moeten wij eeren als dienaren en stedehouders Gods, niet als een noodzakelijk kwaad. 1 Petr. 2 : 17 (eeren). Spreuk. 24 : 21 (vreezen) (God en den koning). Rom. 13 : 5 (om des gewetens wil) (de gehoorzaamheid hun bewezen wordt aan God zeiven betoond).

Hieruit volgt gehoorzaamheid aan hetgeen zij bevelen en opleggen. Rom. 13 : 1; Tit. 3 : 1; 1 Petr. 2 : 13. Ten bewijze van de oprechtheid dezer gehoorzaamheid zullen wij voor hen bidden, 1 Tim. 2 : 1. Verbetering moet men niet op eigen handje zoeken, maar bij de overheid daarop aandringen.

Moet men ook de slechte en harde vorsten gehoorzamen?

Sluiten