Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekleed. In dit exemplaar werd 1,075 pCt. alkaloïd doch zonder kinine-reactie gevonden; in het onbekleed materiaal 0,07 pCt. alk., met duidelijke kinine-reactie.

Reeds in 1865 werd door Moens een analyse verricht van den bast van een driejarig Succirubra-boompje (zeer waarschijnlijk echter een Caloptera) dat na een tijdlang met mos bekleed te zijn geweest stierf. Hij vond daarin 2,884 pCt. alk. wat voor werkelijken Succ. bast niet veel te beteekenen heeft.

Op onze vroegere proeven met mos-bekleeding en de daarvan verkregen uitkomsten kunnen dus bezwaarlijk theoriën gebouwd worden. De proeven waren op zich zelve reeds ontoereikend en almede niet genomen en bewaakt met de nauwkeurigheid en behartiging, die vereischt werden (het was noodig dat we het hier te voren reeds verklaarden). Ook zal het daaraan wel toe te schrijven zijn geweest, dat vele boompjes ten gevolge van de mos-bekleeding stierven, na door insecten aangetast te zijn.

In de eerstvolgende jaren werd er niet op teruggekomen; daar waren andere, meer overwegende eischen en wij hadden plantsoenen noodig, zullende eerst daarna de middelen ter waardevermeerdering beproefd kunnen en mogen worden.

Ook kwam de mos-bekleeding mij niet zoo onwerkzaam en goedkoop voor als men dat wilde voorstellen en leed het uiterlijk aanzien der bekleede basten stellig schade.

Sinds 3 a 4 jaren heeft Moens nu, op aandrang van de Vklj, en op het voorbeeld der Engelschen, de proeven herhaald en ditmaal inderdaad met een ander doel. Nu heet het, dat de regeneratie van den kinabast onder mos-bekleeding sterk wordt bevorderd. Meermalen moesten we een boom gedeeltelijk van zijn bast berooven hetzij voor analytisch onderzoek dan wel voor herbaria of exposities. Daarvan werd maar zelden schade ervaren, regeneratie van bast had altijd plaats, zij het meer of minder snel. Neemt men den bast met beleediging van de cambiumlaag weg tot op het hout dan is geen spoedig en volledig herstel te verwachten; maar' naarmate men den bast oppervlakkiger uitsnijdt, vermeerdert de kans tot spoedige en volkomen restauratie.

Nu schijnen de door Moens herhaalde proeven te bewijzen, dat de mosbekleeding de regeneratie werkelijk zeer bevordert niet alleen, maar ook het kinine-gehalte vermeerdert. De proeven moeten des te beter slagen naarmate ze genomen worden op boomen die niet te oud zijn en in goed gesloten plantsoenen staan. De vernieuwde bast zou zich ook makkelijker laten schillen en in reepen uitsnijden. Alzoo is Moens nu gunstig voor de mos-bekleeding gestemd, doch acht ik een beslissend oordeel niet alleen nog gewaagd, maar voorzie ik

Sluiten