Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vernieuwden bast voorkomen. De onder indjoek vernieuwde bast vertoonde dezelfde toename van kinine en vermindering van Cinchonine die bij onder mos herstelden bast wordt gezien. En zelfs bij zonder bedekking vernieuwden bast, werd dezelfde eigenaardige verandering aangetroffen. Zeer rijk was ook de vernieuwde bast van een jong Ledger-boompje op de particuliere onderneming Djajagiri. In '79 was daar een strook bast uitgesneden die toen 5,88 kinine by 7.44 totaal alkaloïd bevatte. Omstreeks een jaar later werd het boompje door storm ontworteld en de vernieuwde plm. 11 maanden oude bast verzameld. Deze gaf nu by onderzoek 6.86 kinine bij 8.79 totaal alkaloid".

Mag men op één zoo'n onderzoek afgaan, dan is deze uitkomst, dunkt mij, al bizonder merkwaardig. Het hooger alkaloïd-gehalte, en wel bizonder van kinine in nieuwen bast van ca. elf maanden oud, dringt toch tot nadenken en moet den physiologen tot een ernstige overweging, studie en naspeuring prikkelen. Dat aan een jongen boom het gehalte in elf maanden tijds stijgen kan, bevreemdt niet meer, kon ook in 1880 reeds niet verbazen.

Maar hier was nu geen sprake van verrijking van reeds bestaanden bast, integendeel van een nieuw geboren op ouden stam. Oorsponkelyke bast van het boompje schijnt gelijktijdig niet ook onderzocht te zijn en dit is zeker te betreuren. Wel werd vermeld een analyse van jongen stam- en tak-bast van 4 a 5-jarige Ledgers van dezelfde onderneming, en als uitkomsten daarvan opgegeven 3.27 kinine, bij 5,68 totaal; geen Cinchonidine maar 0,25 kinidine.

Men voelt de leemten, maar herinnering verdient, dat Moens in 1880 een vijftal maanden afwezig was voor zijn interessant bezoek aan de kina-plantages in Br. Indië en op Ceylon.

1881. „Voortgegaan werd met het uitzoeken van verschillende typen derzelfde soort in de plantsoenen en gewoonlijk konden de analytische uitkomsten de juistheid der sorteering bevestigen. De vrees, dat bij het enten van edele soorten (Ledger) op Succirubra, deze een nadeeligen invloed zou kunnen oefenen op de ent, werd niet gesteund door analytisch onderzoek; in de onderzochte eenjarige enten werd althans nog geen Cinchonidine gevonden".

„Nieuwe proeven bevestigden Moens' reeds vroeger geuite meening, dat de vermeerdering van kinine- en vermindering van Cinchonine-gehalte in geregenereerden Succirubrabast, niet samenhangt met de bedekking van den boom, maar

Sluiten