Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kinine. Cinchonidine. Klnldlne. Cinchonine. Amorph. Totaal alk.

in 1874 . . 9,97 — — | Sporen 1.90 11.17

„ 1881 . . 11,01 - - j 0,59 0,13 11.73

Wat men nu uit al deze analytische uitkomsten ook kan of wil afleiden en besluiten, mij wil het voorkomen, dat er in de allereerste plaats wel door bevestigd schijnt te worden wat sinds lang als hypothese was gesteld, dat er n.1. in den levenden boom omzetting van alkaloïden plaats vindt, zij het nog niet beslist onder welke voorwaarden die geschiedt. Een onderlinge vergelijking van de moederboomen 23, 73 en 89, hier nu behandeld, moet er wel ernstig op wijzen. Ook zonder invloed van een Succirubra-onderstam verscheen er immers cinchonidine in no. 89 en, mochten er veel meer van die vergelijkende onderzoekingen zijn of worden verricht, is wel waarschijnlijk, dat er ook meer zulke verrassingen te melden zouden zijn.

En, al verder toonen 73 en 23, dat zelfs na 8 en lOjarigen, op 14jarigen leeftijd, het kinine gehalte kan zijn toegenomen, wat alweder tot voorzichtigheid bij het vaststellen van z.g. rijpheidsgrenzen stemt.

Bizondere aandacht heette te verdienen „een onderzoek van vernieuwden bast van vijf boomen gemengd, 4 jaren oud. Vijf jaren toch na toepassing van het mossing-proces, en nadat reeds sinds drie jaren de bedekking van den ontblooten stam was weggenomen, toonde die bast nog geen terugkeer tot zijn oorspronkelijke samenstelling van Succirubra-bast, maar werd er zelfs een hoeveelheid kinine (4.36 pCt.) in den vernieuwden bast aangetroffen, grooter zelfs dan nadat die op den bepaalden leeftijd van drie jaren ware geoogst. Het totaal alkaloid- bleek 9.92, het cinchonidine-gelialte l.i 5 pCt".

Wat uit deze analyses bleek, wil ons voorkomen moeilijkiets beslist te getuigen.

„Naar aanleiding van een door particuliere kinaplanters tot Z.E., den G.G. gericht verzoek, werden in het Scheikundig Laboratorium te Bandoeng, proeven genomen met een ruwe uittrekking der kina-alkaloïden, uitsluitend met het doel, om verpakkings- en transportkosten der waardelooze houtvezelmassa te besparen. Voor de proef dienden 10 kilo 's bast, houdende ruim 6 pCt. alkaloïd, waaruit Quinium (een harsachtige massa) door uitkoking met kalk en spiritus werd bereid, die by analyse ongeveer 60 pCt. alkaloïden bleek te bevatten, terwijl het bij de bereiding geconstateerd verlies

s

Sluiten