Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan echter het voordeel, dat haar plantwijdte beperkter, 4X4 voet, tegen 6X6 voor C. L. en 7 X 7 voor C. S. kon genomen worden. Dat er ook onder de C. Off. groote individueele verschillen in gehalte van kinine voorkomen, was geen geheim en natuurlijk, dat er naar gestreefd werd slechts de beste groeiers en rijkste individuen voort te kweeken.

Vat men nu daarentegen samen wat van Romunde in zjjn verslagen 1883/90 zoo al omtrent de C. Off'. te zeggen had, dan zou het kunnen schijnen, dat de uitingen in 1891 iets goed moesten maken van wat in die vorige jaren zoo al tegen de soort C. O. aangevoerd was. Waarom niet liever een dwaling erkend dan den schijn van een bedekte aanklacht op zich te laden!

„De vraag of C. Robusta (een hybride van C. O. X C. S) voor kunstmatige vermenigvuldiging is aan te bevelen, werd door het chemisch onderzoek van een tiental analyses ontkennend beantwoord".

De in tien boomen gevonden uitersten van kinine, cinchonidine en totaal-alkaloïd, waren resp. 1.44/415 — 2,52/7 en 7/11.30; de gemiddelde cijfers resp. 2.915 —4.835 en 9.925 pCt.

De boomen waren omstreeks tien jaren oud en stonden op het hoogst gelegen établissement Kawah-Tjiwidei, te zamen vermoedelijk een zeventigtal en waren door Moens in 1881 uit Br. Indië ingevoerd.

Met analyseeren van enten der aan kinine rijkste afstammelingen der moederboomen 23 en 38 voortgegaan zijnde „gaven de 28 onderzoekingen een buitengewoon gunstig resultaat al moest van de bloeiende exemplaren toch nog een paar voor zaadwinning worden afgekeurd, en voor den aanleg van plantsoenen voor zaadwinning zijn slechts de planten gekozen, die naast een hoog kinine-gehalte van den bast, in alle opzichten d. i. wat betreft habitus, blad en bloem, aan de eischen beantwoorden".

Waarschijnlijk heeft men toen gemeend dat, voldoening aan die eischen, ook beteekent: superieure groeikracht en weerstandsvermogen.

1892. In Mei 1892 werd den directeur R. van Romunde, een jaar verlof wegens ziekte naar Europa verleend en de adjunct-directeur P. van Leersum tijdelijk met de waarneming belast.

„Tien alkaloïd-bepalingen van bast van verschillende enten, werden verricht met het oog op het vraagstuk der al of niet toename van alkaloïd met den leeftijd. Een viertal bevestigde opnieuw, dat de toename van het alkaloïdgehalte het grootst is in het ae jaar".

Sluiten