Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den boom, leeren dat tot het 4e jaar — dus zoover de onderzoekingen tot nu toe loopen — geen noemenswaardigen achteruitgang in kinine-gehalte — bij gezonde boomen — is waar te nemen. Echter zou uit deze onderzoekingen ook blijken (kunnen?) dat het kinine-gehalte dezer boomen, vergeleken met dat van het jaar te voren, 79 — 1 pCt. is achteruitgegaan; doch dat dit niet een gevolg is van de toeneming in leeftijd, doch alleen aan de slechte geaardheid van den grond moet geweten worden, blijkt genoegzaam uit een vijftal analyses van dezelfde enten en van gelijken leeftijd doch staande op goeden grond".

„Een uitzondering maakt hierop analyse No. 147 en wel om de volgende reden. De 100 boomen, waarvan de collectieve analyse onder dit nummer is opgegeven, werden in de maand September 1894 bemest met koemest. Reeds na 6 maanden was de uitwerking hiervan duidelijk waarneembaar; de boomen staande op de bemeste strook hadden niet alleen meer blad gekregen, doch de bladmassa was ook intens groen gekleurd; zy staken hierdoor opvallend af bij de overige niet-bemeste boomen, waarmede ze, vóór bedoelde bemesting uniform waren".

Dat bemesting, vooral met stikstof houdend materiaal, al heel spoedig een plantsoen opfleurt, baart geen verwondering, kan vrijwel als regel worden aangenomen. Hier zou nu echter van belang en beteekenis zijn geweest al dadelijk ook te onderzoeken, in hoeverre daarmede een verrijking plaats greep, zij het dat die eene analyse hierop wel wyst; in alkaloid-gehalte waren de bemeste boomen — zoo is bericht — ook niet achteruitgegaan hetgeen wel het geval was met de onbemeste.

„16 analyses leeren — behalve 8 daarvan, zijnde van zieke exemplaren, en waaruit blijkt dat bij deze het gehalte soms énorm lager kan zijn dan bij gezonde boomen van dezelfde soort en leeftijd — dat bastgedeelten van hooger geplaatste stamdeelen meer kinine inhouden (kunnen!) dan van lager geplaatste. En om nu zekerheid te bekomen of de oorzaak van dit abnormaal verschijnsel waarschijnlijk ook zou toegeschreven moeten worden aan de min of meer sterke korstvorming, welke dikwijls bij oude exemplaren aan het onderste stam-gedeelte plaats heeft, en welke korst, als zeer weinig alkaloïd bevattende, en met het overig deel vermengd wordende, natuurlijk voor een gelijk gewicht het alkaloïd-gehalte zou doen dalen, zoo werd van een stuk bast de eene helft onderzocht met en de andere helft zonder schors. Het aantal analyses (8) is echter nog te gering om nu reeds een conclusie

Sluiten