Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omringende aarde, meestal fijne aarddeelen, en vormen zich korstmassa's, die beiden, niet zonder beschadiging van den primairen bast, geheel zijn te verwijderen en eveneens, met den bast vermengd, voor een zeker gewicht het alkaloïdgehalte doen dalen".

„De beide reepen, met en zonder schors, werden in stukken van 25 cM. verdeeld en elk dezer stukken afzonderlijk onderzocht. Boom A was een 30-jarige moederboom, welke ± 16 jaren geleden over zijn geheelen omtrek was geschraapt (zonde!). Ltt. B. een ± 20-jarige boom, welke deze bewerking nog nooit had ondergaan en dus zijn oorspronkelijke bast nog had behouden".

„En alhoewel het aantal proef-objecten nog te gering is, om nu reeds een algemeene conclusie te trekken, zoo blijkt toch uit de hierondervolgende graphische voorstelling (een inderdaad flink stuk werk, dat we hier echter zoo min als zoovele andere cijfers kunnen overnemen), dat het voorkomen van het alkaloïd — vooral bij boom A met vernieuwden bast — zeer eigenaardig is en dat niet, zooals men a priori zou verwachten, de laagst gelegen bastdeelen — tot een zekere grens — als zijnde de oudste, het rijkst aan alkaloïd zijn. (Op dat verschijnsel werd immers reeds gewezen door Moens, die het tevens verklaarde door de kurk- of korst vorming, doode weefsels, die geen of weinig alkaloïd houden).

„Dat de lijn, die het gehalte aangeeft van den met de schors onderzochten bast, kort na het aanvangspunt plotseling begint te stijgen, moet, zooals boven werd gezegd, grootendeels worden toegeschreven aan den gedegenereerden bast aan het onderste stam gedeelte. Deze onderzoekingen zullen door meerdere gevolgd moeten worden, ook om het voorloopig resultaat nader te bevestigen:

„dat alleen bij forsch ontwikkelde en gezond uitziende exemplaren de hooger gelegen bastdeelen — tot een zekere grens — rijker zijn aan alkaloïd dan de lager gelegene, terwijl bij eenigszins achterlijke, gelijksoortige en gelijkjarige individuen dit juist niet het geval is".

„Behalve het voorafgaande wordt door een 43-tal analyses ook nog bewezen hoe groot de invloed der physische en chemische geaardheid van de bouwkruin ook op het alkaloïdgehalte is. Het onderzoek toch betrof een op het oog zeer fraai staanden, regelmatig gesloten kina-aanplant, uitsluitend daargesteld uit afstammelingen n.1. door stekken, waarvan men dus met zekerheid (?) zou kunnen verwachten, dat de daaruit gekweekte planten van hetzelfde geslacht als de moederboom zouden zijn — welke op vijfjarigen leeftijd een gehalte had van 10,50 en 11,63 pCt. zwavelzure kinine".

Sluiten