Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de niet bemeste. Doch ook hier het bezwaar, dat de Lupinen gebrekkiger ontwikkelen naarmate de kina dit, door de herhaalde grondbewerking, des te beter doet.

„En om nu toch het stikstofgehalte en het veelal moeieljjk oplosbaar en diepzittend phosphorzuur en de kali van den bouwkruin te vermeerderen, zullen in het vervolg uitsluitend de 1—3 jarige tuinen en de voor 2e of 3e aanplant bestemde en gerooide plantsoenen, vóór deze herplant worden, eenige malen met Lupinen beplant en deze onder den grond gewerkt worden".

Moge ik hier als mijn gevoelen aanteekenen, dat ik deze handeling de meest rationeele acht; zij is jaren achtereen volgehouden op de onderneming Daradjat, maar eindelijk gestaakt omdat de volijverige administrateur, wijlen de heer Doorman, tot de ervaring meende te zijn gekomen, dat met niet meer, eer minder kosten, de restauratie der gronden kan geschieden door boengkil-bemesting. Een algemeeneregel zal wel moeielijk te stellen zijn, maar ik zou, in beginsel, zeer zeker voorstaan, gerooide tuinen, alvorens ze weder te beplanten, een paar malen de ondergraving van Lupinen te gunnen, een degelijk braakleggen dus, met gelijktijdige verbetering van de physische gesteldheid en een stikstof verrijking.

„Wat verder de proeven met kunstmeststoffen aangaat, waarover in het vorig verslag gesproken werd, uit de betrekkelijke analyse bleek, dat een jaar na de bemesting het kininegehalte niet de minste vermeerdering aantoonde (precies als op Daradjat: zie verslag 1898) terwijl daarentegen de strooken, bemest met 2,5 kilo koemest en compost per boom, eene verhooging met 0,5 aantoont".

Bij deze bemestingsproeven, die, als reeds voldoende gebleken, niet zoo dadelijk opmerkelijke resultaten verzekeren, dient, dunkt ons, ook in aanmerking te komen het economisch vraagstuk. De mest, het transport en de bemestings-arbeid kunnen betrekkelijk hooge kosten eischen.

„Bij een bedekking van den bouwkruin met stal- en compostmest, in plantsoenen met zeer schralen bodem en waar de aanplant zeer slecht in blad stond, een gele tint overheerschend was, had dit ten gevolge, dat binnen zes maanden niet alleen de boomen flink van intens groene bladeren waren voorzien, doch ook, dat het gehalte van den bast met 1 pCt. zwavelzure kinine was toegenomen, zie analyses 209/10 van materiaal der onderneming Tjikembang, dat zes maanden na elkaar werd onderzocht en resp. voor en na de bewerking op 4.89 en 5.93 pCt. wees".

Deze en andere soortgelijke gegevens staan als feiten vast. Maar of de gevolgtrekkingen even redelijk en zeker

Sluiten