Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

resultaten van alkaloïd-vermeerdering na te gaan, mocht worden geconstateerd, dat de groei en de kracht der boompjes zeer vooruit zijn gegaan en alles zou ongetwijfeld nog beter zijn gegaan, als niet die aanhoudende plasregens het nuttig effect dier boengkil hadden doen verminderen. Opvallend is het, dat hier steeds de tuinen, nadat ze boengkil hebben gekregen, zoo worden aangetast door rupsen en Helopeltis; de aangrenzende niet bemeste tuinen hadden er daarentegen zeer weinig van te lijden".

Ook deze waarneming komt ons van hoog belang voor en bevestigt alweder den regel, dat lusten hun lasten meebrengen. Onafgebroken waarnemen en waken zal wel een eerste consigne voor den planter blijven.

Een paar belangrijke bladzijden, welke verder nog aan de bemestings-kwestie worden gewijd, kunnen we hier zonder schade resumeeren als volgt:

Al bleven de proeven, met de in vorig verslag genoemde chemische meststoffen uit Rotterdam, niet zonder gunstig resultaat, deze meststoffen staan ver ten achter bij boengkil en zijn bovendien onevenredig duurder. Maar door de toenemende vraag naar boengkil dreigde ook deze te kostbaar te worden en besloot men de teelt van Ricinus-Kaliki zelf te ondernemen, op voor de kina onbenutte gronden. Twee jaren van ervaring moesten intusschen dat stelsel van zelf kweeken reeds prijs geven. Er bleken in dien tijd bezwaren, die van een voortzetting moesten doen afzien en hiertoe werd te eer en meer nog besloten, omdat intusschen was gebleken, dat men in ruime mate kaliki-zaden van de bevolking zou kunnen opkoopen en voor de uit die zaden te persen olie een bijna onbeperkt afzetgebied kon gevonden worden bij de administratie der Staatsspoorwegen. Met de aanvankelijk in gebruik genomen breek- en pers-middelen, bleken de voordeelen reeds zoo aanzienlijk, dat men de voor eigen gebruik te bestemmen olie-koeken (boengkil) nu op 42 centen de pikol berekende. Door voldoende beschikking over boengkil, werd stalmest nu ook overbodig en dit gelukkig, daar deze mest steeds de kiemen van larven (Koe-oeks) in zich bevat, welke zich voornamelijk op de jonge wortels der kinaplantjes werpen, deze vernielen en de plant doen afsterven. Stalmest, heet het, mag men daarom alleen in oude tuinen toepassen. Moge hier echter nu bijgevoegd worden, dat reeds in mijn tijd, d.w.z. vóór 1876, te Lembang op niet bemeste gronden reeds veel last van die koe-oeks ondervonden werd. Zoodra er een jonge plant geknakt bleek, toog men aan het met de hand omwoelen

Sluiten