Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den grond rondom al de jonge planten en kon men zóó gemakkelijk de engerlingen te pakken krijgen. De gronden hadden jaren lang als weide voor de buffels gediend en mogelijk is, dat de door dat vee achtergelaten oude uitwerpselen nog steeds het ongedierte lokten.

„Een serie analyses — 294/315 zijn een voortzetting der een dertien jaren geleden begonnen proeven ter bepaling van al of niet toename in gehalte van den leeftijd. De graphische voorstelling zou er op wijzen, dat de toeneming gaat tot nab^j het vijfde jaar, om dan geleidelijk in het dertiende tot den stand van het achtste en negende terug te vallen".

Alweer ware het wenscheljjk geweest, door contröle-proeven na te speuren of, door bemesting én of diepe grondbewerking, die teruggang niet te stuiten zou zijn geweest.

„Een en zestig analyses hebben betrekking op het onderzoek van C. Robusta".

„In zijn „De Kinacultuur in Azië" zegt Moens daarvan: Het blad staat tussehen dat van Succirubra en Officinalis in; nadert door den aangespitsten top meer tot de laatste soort, door het ontbreken der Scrobiculae tot de eerste. De bloem komt in kleur ook met die van Off: overeen doch is wat lichter. De vrucht nadert tot die van Succirubra, doch heeft ook in verschen toestand iets van het karakter der Officinalis-vrucht. De beharing is niet zoo buitengewoon om den naam lanosa te wettigen, ze is niet veel sterker dan ze dikwijls bij variëteiten van C.S. gevonden wordt. Het alkaloldgehalte staat ook tussehen dat der beide soorten. Er is dus niets dat belet om deze plant voorloopig als een hybride te beschouwen".

„In tegenstelling echter van hetgeen Moens van deze variëteit zegt op pag. 257 van zijn genoemd werk, n.1.: Men spreekt nu in Ceylon van een gehalte van 3—6,7 pCt. kinine in deze kina, doch de twijfel zal wel geoorloofd zyn aan de juiste dé terminatie der planten, die een zoo hoog kinine-gehalte aangaven. In de Javasche Off.-plantsoenen worden ook van deze sterk groeiende Succirubra-achtige planten aangetroffen en eveneens in de Succ.-tuinen nu en dan. Zij bevatten ongeveer 2 pCt. kinine bij 4 — 7 cinchonidine en 0,5 — 1,2 cinchonine".

„Volgt nu een opgave van de beste exemplaren, voorkomende op het établissement Kawah-Tjiwidei (± 1950 M. boven zee) waaruit blykt, dat er wel degelijk Robusta's zijn, welke een hoog kinine-gehalte bevatten".

„Moest rapporteur in 1892 bij zyne kinologische studiën V

Sluiten