Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het „Ned. tijdschrift voor Pharmacie en Toxicologie jg. 1892, publiceerde ik een bijdrage over „den invloed van het zonlicht op het gehalte van kinabast" en wel naar aanleiding van een in de „ Traité de Médecine" tome 1, pag. 698 voorkomend opstel van Chantimesse, die de aandacht vestigde op Pasteür's onderzoekingen omtrent de gemakkely kejomzetting van de kina-alkaloïden, quinine, quinidine, cinchonine en cinchonidine, in de isomeere quinicine en cinchonicine en voegde hij daaraan toe, dat men in Britsch-Indië en op Java Pasteür's raad „den bast der kinaboomen tegen het licht te beschermen" sinds 20 jaren met de rijkste uitkomsten heeft opgevolgd, door de stammen en takken der kinaboomen met mos te bekleeden.

Wat daarvan aan, en geworden is, hebben we in deze bijdrage nu wel naar waarde leeren schatten, maar het volgende uit Pasteür's publicatie in de „Comptes rendus" van 1853, blijft wellicht de aandacht verdienen. „Ik zal niet in bizonderheden treden omtrent mijne proeven met de quinoïdine, maar er is een punt waarop ik de aandacht wil vestigen van de kinine-fabrikanten en van de Maatschappijen, die den kinabast in Amerika oogsten. De quinoïdine is altyd een omzettingsproduct van de oorspronkelijke kina-alkaloïden en wel van tweeërlei oorsprong. Ze ontstaat by de bereiding van de zwavelzure quinine en vooral in de wouden van de Nieuwe Wereld, als de Cascarilleros den geschilden bast in de zonnewarmte drogen. Dan ondergaan de kina-alkaloïdezouten een verandering in den bast en zetten zich om in gekleurde harsachtige stoffen, die de massa vormen van de handelsquinoïdine '). Ik heb ondervonden, dat zoo men een quinineot cinchonine-zout, in verdunde of' geconcentreerde oplossing, slechts eenige uren aan het zonlicht blootstelt, de oplossing een donker bruinroode kleur aanneemt. Dezelfde verandering heeft plaats by blootstelling aan hooge temperatuur. Daarom geloof ik, dat men groote verliezen aan quinine, cinchonine enz. zou kunnen voorkomen en dat men deze alkaloïden gemakkelijker zou kunnen bereiden, indien men voorzorgen trof, de geschilde basten onmiddellijk aan den invloed van het licht te onttrekken en de droging in het duister uit te

> Vanaf 1830 lieeft die z.g. Quinoïdine heel wat scheikundigen bezig gehouden. Onder hen mogen we noemen den te vroeg overleden, eooveel belovenden militairen apotheker van Heyningen, die reeds in 1849, als een der 2 eerste pharmaceutische leerlingen van G. J. Mulder, ae /3-kinine afzonderde. De Vrij gaf in 1876 aan de amorphe-alkaloïden aen naam van chinoidine en onder dezen naam kwamen ze dan ook ▼oor in de tweede uitgave der Ned. Pharmacopae.

Sluiten