Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN VERJONGINGSKUUR

Ieder onzer heeft zeker een oord in de wereld buiten eigen grenzen, dat meer dan iets hem aantrekt, hem als het ware roept. Dit was de Oost voor mij, sinds ik een kleine jongen was. Ik hoorde er in het ouderlijke huis zoo veel van spreken dat het mijn wonderland werd, waarvan ik hoopte eens de geheimen te ontdekken welke het verborg.

Om te doen beseffen wat onze Oost was voor een kind uit het gezin van een koopman en reeder in het Amsterdam van meer dan een halve eeuw geleden, zal ik een paar herinneringen van mijn jeugd vertellen.

Mijn vader had acht barkschepen, die op Indië voeren. Ze waren genoemd naar wie hem na aan 't hart lagen, b.v. naar Willem de Clercq, zyn vi'iend en schoonbroeder, naar Joan Melchior Kemper, den grooten vriend van zijn schoonvader... En als issu des réfugiés, herdacht hy in de namen van zyn schepen ook hen, die den om den geloove uitgewekenen zoo hartelijke ontvangst in Holland hadden bereid. De Prinses van Oranje, die voor de dochters der Fransche families zulk

een edelmoedige beschermster was Prins Willem III, tot

eere van wien hij de Nederland en Oranje van stapel liet loopen.... en aan het laatste barkschip, dat de vlag B. en C. der reederij voerde, gaf hij den naam van Fagel, tot herdenking

t

Sluiten