Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den edelen staatsman, den vriend van den Stadhouder, wien hij met raad en daad had mogen bijstaan tot oprichting en beheer van het fonds »tot hulp der Fransche uitgewekenen*.

Eiken ochtend, als m\jn vader voor 't ontbijt binnenkwam in de tuinkamer, ging hij uit het venster kyken naar het haantje van den Westertoren! Geen wonder, dat men eiken toren aan ons scheeprijk IJ een windvaan gaf! Want reeders waren geheel afhankelijk van den wind, en dat nog al van een wind, die zelden over Holland waait.

Voor Oost-Indië-vaarders, die in het Nieuwediep zeilree lagen, was Oostenwiud onontbeerlijk. Daarop lagen ze soms weken lang te wachten.... daarom keek de reeder, die op zijn schip passagiers en troepen had welke hy voeden moest, soms bezorgd, als het haantje van den Westertoren maar altijd Westenwind aanduidde!

Wat lag daar soms een groote vloot te wachten op Oostenwind ! Ik ben als knaap door myn vader naar 't Nieuwediep eens meegenomen, toen hy kapitein Duyvenbode van de Nederland en Oranje, welk schip daar reeds zoo lang op goeden wind wachtte, ging opzoeken.... 's Ochtends vroeg kwam ik mijn vader wekken met een vroolyk: »de wind is om!« En toen gingen wij kijken naar het gejaag en gedrang van de gezagvoerders, die naar zee gesleept wilden worden. Niet allen, want er waren bijzonder voorzichtige kapiteins, die niet zeewaarts gingen vóór de wind 2 x 24 uur doorstond, uit vrees voor Westenwind pal onder de kust.

Hoe lang ze soms te wachten hadden op Oostenwind, kan blyken uit het geval van een oud schip, dat ik gekend heb: De goede Verwachting. Denzelfden dag, dat het barkschip van Amsterdam te Nieuwediep aankwam, ging de Brik SantaRosa van daar naar Curagao.

Toen die brik van de West terugkwam, lag De goede

Sluiten