Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit was de oprijlaan van Amsterdam! En door tal van voorover gebogen paarden getrokken, zagen wij dan in de verte het bruine barkschip, hoog boven de groene weiden, aankomen. Het Kanaal liet slechts schepen door van hoogstens 4.80 M. diepgang, zoodat de barkschepen van mijn vader, die van zoowat 380 last waren, te Nieuwediep ten deele moesten lossen in de lichters van Gebroeders Goedkoop.

Ik herinner mij de grootte van die schepen zoo wel, omdat ik er vaak over hoorde spreken. De scheepsbouwer had opdracht onder de 400 gemeten lasten (1 last = 1.39 ton) — die pl. m. 520 last uitleverden — te blijven, want haalde de meting het cijfer van 400, dan betaalde de Nederl. Handelmaatschappij vijftien gulden minder.

Zy wenschte den bouw van grootere schepen tegen te gaan, omdat de behandeling van schepen met grooteren diepgang in de havens en kanalen met meer moeilijkheden gepaard ging en voor de kleinere vaartuigen gemakkelijker volle lading te vinden was.

Daar kwamen de Oost-Indië-vaarders dan aan, hoog en statig boven de weiden glijdende.

Geen sterker indruk uit mijn knapentijd heb ik, dan wat nu gebeurde.

Mijn vader liet het tentwagentje stil houden en steeg uit. Er was een man op den uitkijk. Zoodra «de patroon« werd gezien, werd de reederijvlag B. en C. geheschen, en driemaal werd er mede gesalueerd. Nooit heb ik mij in later leven zoo fier gevoeld als wanneer dit gebeurde! Het schip kon niet stilhouden, anders verloor het stuur. Dus werden wij met de sloep gehaald, waaruit wij langs de hooge zijde van 't zacht glijdend schip opstegen. En daar aan de verschansing stond de kapitein. O de goede open gezichten dier Katwijkers — al mijn vaders gezagvoerders kwamen uit Katwijk.

Sluiten