Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo even ging de vriendelijke administrateur van de Grotius, die voor ieder zorgt, langs myn dekhut en riep:

»Komt u eens gauw kijken, daar gaat de Willem I voorbij... neen, neen, vergeet uw stroohoed niet, de zon steekt!«

En daar zag ik vlak bij ons aan stuurboord de Willem I voorbijgaan. Een mooi schip! De seinvlaggen wapperden vroolijk tegen de witte lucht, ons behouden reis wenschende. Drie maal daalden de Hollandsche vlaggen op beide schepen en wij seinden onzen groet aan vaderland en geliefden.

In menig vrouwenoog zag ik een traan, want wij hebben moeders, die drie, vier kinderen achterlieten in Holland ... en dat schip was op weg naar 't vaderland!

Hoe warm klonk het afscheidshoera!

Het was zulk een fier gevoel dat mij het hart ophief, toen die twee schoone zusterschepen elkander kruisten op de groote Zee! Ik dacht aan mijn oudsten broeder, die zijn leven, zijn hart en denken wijdde aan de Maatschappij Nederland, die hij hielp oprichten, aan hem, den brugbouwer naar Indië wien ons land zoo veel verschuldigd is.

Hoe snel verdween het slanke schip uit het gezicht, en wij waren weer alleen op den oceaan

De rustelooze, polsende levensslag van de zee trilde door het

schip de beweging en de kleur van de groote wateren gaven

rust en vrede. Genezende kracht gaat van hen uit. Swinburne's wonderschoone versregel komt telkens in herinnering:

The deep divine dark daysshine of the sea.

Hoog boven ons zag ik cirrus wolkjes, kort krullende flarden van verwarde witte draden, die uitgleden in bevallige lange bochten van halfdoorschijnenden zilvergrijzen nevel, welke tot niets verdwenen, zich oplossend in het blauw.

Sluiten