Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zittende in een bosch van klapperboomen, soms opkijkende of een dier zware kogels mij ook op het hoofd zou vallen, 't Was warmer geworden en nu was ik weer tehuis.

Door een buigende oprijlaan van hooge mangaboomen, katapans en notemuskaatboomen was ik het huis genaderd, dat niet uit een tuin verrijst, maar uit een buitenplaats. Na het ontbijt zit ik nu te schrijven in de achtergalerij van het huis, dat één verdieping heeft en gelijkvloers bestaat uit een reeks hooge, breede vertrekken, zacht voor 't oog, frisch beschaduwd.

In de achtergalerij zit ik, die naar 't N.O. uitziet. Soms even een frisch koeltje.... Rechts aanschouw ik de bijgebouwen aaneengeschaard, keuken, provisiekamer, badkamer, en achter deze slingert zich door de plaats de kali, de bruine rivier. Overal het zacht roekoe der duiven. Buiten elke woning der inlanders op het erf, trippelen ze in kooien, en pal bij mijn voeten huppelen twee brutale Hollandsche musschen. 't Was alsof ik plotseling oude vrienden ontmoette. Links in een rij: paardenstal, koetshuis en woningen van koetsier, palfrenier, tuinlieden en hun gezinnen, en daarlangs lage citroenboomen. Vóór het laatste huis staat een emmer. Daaruit verheft zich een zwart kopje. Ik hoor spartelen in 't water en lachen..,, de emmer valt om.... en met het water komt op den grond een nat glimmend bruin jongetje van twee jaar, dat door zijn moeder — omdat ze mij zag kijken — met zachte glijdende bewegingen, onhoorbaar, plotseling in 't wit gestoken werd.

En andere bruine kindertjes, eenige in kleurige kleederen liepen af en toe naar de rivier, bedeesd, zachtvoetig, onhoorbaar. Zoowel achter als voor het lang uitgestrekte huis rijst

een groot aantal hooge woudboomen breedkruinige

waringins.... flamboyanten, vuurrood van bloesem met fijn loof, reuzen van ficussen, canarieboomen, van welke witte orchideeën hangen, palmen met waaiers van varens.

Sluiten