Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

halven draf voort. De meesten zijn jonge athleten, met de sterk ontwikkelde beenen van het bergvolk van den Tengger, mager, vlug, levendig, onvermoeid, vol veerkracht in beenen en lendenen, buigzaam en sterk als een fleuret.

Onderweg gaan baatje en hoofddoek af.... de zonnigbruine

1 uggen blinken — Ze zingen —, ze lachen ze wedy veren

om elkander voorbij te gaan—, ze moedigen elkander aan door jubelkreten—, 't is alsof een optocht vroolyke studenten door het bosch gaat —, de kleine, snelle passen weten van geen rusten of vertragen...., vooruit, vooruit! omhoog, omhoog!.... de bloote voeten springen op van de keien, als waren deze stalen

veeren steeds meer spiegelen zon en lichte hemel in de

bruine ruggen.... en dus gaat het door de lanen van het bergwoud, nu links, dan rechts, en wie in de tandoe zit doet heilgymnastiek.... hij wordt rhythmisch gehost, geklutst, gekarnd.... die heilgymnastiek is het begin van de kuur!

W\j gingen door het woud tusschen diepe ravynen, gevuld met onoverwinnelijken plantengroei, gloeiend van Oost-Indische keis, en nu en dan omsluierd door nevel, als wij door een wolk opstegen.

„Boschreuke, boomreuke, balsem van 't hart"

Dezen regel van Gezelle neuriede ik toen de frissche woudgeur mij meldde, hoe hoog wy 't verzengend strand van die zee, daar blauwend diep onder ons, te boven waren.

De tropische natuur, hartstochtelijk bezig aan het wekken van een tumult van leven uit zon en water en muilen vulkanischen grond, rolt onstuimig haar golven, boomen en planten langs de hellingen. Die dramatische Indische natuur! Ze gaat met edelmoedige, jubelende, verkwistende overdaad en met ons nu en dan met schrik vervullende, ongetemde kracht voort met scheppen, vormen, voortbrengen! Uit afgronden van groen

Sluiten