Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't lispelend ruischen van den wind door deze zachte zij.

Helaas, de wereld voert strijd tegen de dichters en zangers, de fijngevoeligen.

De roofbouw begon een barbaarschen strijd tegen deze dichters van het Tenggergebergte. Ze hebben het tjemarawoud op zoovele plaatsen vernield op de liefelijke bergen, ook op de toppen. De boomen werden gekapt en de dus gewonnen akkers weder verlaten, na nooit gemest te zijn! En nieuwe plekken gronds worden dus zonder ophouden gewonnen op dit woud, dat de plechtige, gestrenge schoonheid van het Noorden in het gloeiende, overdadige Oosten brengt. De roovers kapten en vernielden, maar plantten niet opnieuw! Iemand, die boomen kan planten en dit niet doet, is voor mij het type van den barbaar!

Want wat is het gevolg in dit Oostersch paradjjs van dit onbeschaafde plichtverzuim?

Links en rechts zag ik velden met ruw gras begroeid, waar eenmaal bosch stond, dat verbrand of omgehouwen is. Gisteravond was er op twee plaatsen brand in het Ardjoenogebergte en vlamden de stammen op der tjemaraboomen.

Laat men toch in Java de wildhoutbosschen steeds opnieuw aanplanten!

Men zorge voor het nageslacht

Dan drogen geen bronnen uit verkwisten geen baldadige

bandjirs het heilige hemelwater

Heilig! want water wil hier zeggen: Scheppingskracht!

Wy kwamen hier gistermiddag reeds om half drie aan, na onzen snellen tocht met tandjoes en paarden den hoogen berg op door het plechtig woud.

Telkens werd het koeler en koeler. De fijne berglucht, droog en ijl en frisch, overwon de zwoele, vochtige atmosfeer der vlakte.

Sluiten