Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

e twee spoelen weg« dacht ik, en zoo goed als het ging, keek ik omlaag.

De kleine plukte door de moeder stak het grijnzend

gelaat juist weer uit den afgrond over den rand, en hield met de kleine, bruine, gerimpelde hand den hoop doperwtpeulen byeen, om ze te beletten weggespoeld te worden.

Maar hoe haar kleine kind niet weggespoeld is, begrijp ik waarlijk niet.

Toen ik dit hier opmerkte, hoorde ik, dat dit enkel verklaard wordt door de wonderwerkende voeten der inlanders. Ze hebben feitelyk vier handen. Hun voeten zyn handen, hun groote teen is een duim.

Mijn koelies droegen my in den tan doe langs gladde, schuins hellende slykpaadjes, meer glibberig dan de paden der koffietuinen. Ze gleden niet uit.... ze hielden tegen de hellingen zich vast met hun voeten.

Onze schoenen zijn verminkings-werktuigen! Onze voeten zyn van hun kracht en glorie beroofd! Onze kracht is gehalveerd! Wie zyn lichaam schendt is onbeschaafd! Wy zyn de onbeschaafden, zeg ik, als ik denk aan die moeder en dochter

tegen den bergwand zich vasthoudend als vliegen tegen een ruit!

Maar weldra had ik aan iets anders te denken. Want wy hadden slechts het begin van den storm gehad.

Toen ik opkeek, om te zien of wy verder konden gaan, rezen er nieuwe nevels op ze verdikten zich tot grauwe

wolken, die, zwaar van water, zich op elkaar stapelden, terwyl ze ons omringden.... boven ons hoofd vereenigden ze zich en vormden ze den aaneengesloten effen gryzen bodem van

een meer in de lucht, een dryvend meer vol van de wateren der Java-zee.

Het was my als zag ik het rimpelende taaie vlies, dat de

Sluiten