Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoowat zes duizend voet hoog, op een rotswand met een uitzicht naar het Noorden. Ik wist niet juist waarheen de kleine inlander, die naast mijn rijpaard liep, mij door de duisternis geleid had. Nog eenige sterren glansden, maar ze verbleekten.... De dageraad brak aan en we zagen een woelende wolkenzee onder ons en links daarboven de toppen van Ardjoeno en Kawi. Omziende naar het Zuiden, aanschouwden wij den dichten, ronden rook- en asch-kogel, welken de Smeroe hoog in de lucht uitstootte, en juist wilden wij verder gaan, toen wij allen te gelijk naar het Oosten de oogen richtten.

Want ziet, nevelen trokken op er kwam een vrij uitzicht

over het wolken-meer onder ons wij zagen de groote vlakte

met haar sawahs, spiegelende vischvjjvers en donkere bosschen en daarachter ver weg de zee, door den dageraad verlicht, en den teederen verren hemel.

Telkens helderder werd de kristallen atmosfeer telkens

scherper werden de omtrekken. Wij zagen den trechter der zee tusschen Java en Madoera, en de welving der kustlijn langs Pasoeroean en Probolinggo.

Eensklaps riep een van 't gezelschap uit: »Kijk die groote stoomboot eens op de reede van Pasoeroean en al die kleine zwarte stipjes er omheen. Dat zijn prauwen! De rook komt uit den schoorsteen. De boot gaat vertrekken, 't Is de boot van de Nederland, die gisteren op de reede kwam!«

Ik keek naar die zeer kleine staaf, liggend op het water, een korte zwarte streep, waaraan scherper oogen dan de mijne een naam gegeven hadden.

't Was zulk een vreemd gevoel! Alleen met vreemden....

ver van de bewoonde wereld op een bergtocht tusschen

de vulkanen van Oost-Java en daar was ik eensklaps in

Holland, aan den schitterenden IJkant van ons eenig Amsterdam! Hoog boven Java, boven een wolkenzee, die de dalen en ravijnen vulde, verscheen mij — als uit de wolken gehaald

Sluiten