Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— een mailboot van de Nederland, op weg naar het vaderland. En ik zag mijn huis tusschen de dennen!

„O du Heiinatflur, o du Heimatflur,

Lass zu deincm heil'gen liaum Mich notfh oinmal nur, mich noch cinmnl nar EntHieYn ira Traura".

En toen gingen wij weer verder de wereld der vulkanen in, zoet Holland achter ons latend en met den Ardjoeno nu recht voor ons.

Eiken dag neemt mijn bewondering toe voor den grootschen veeltoppigen Ardjoeno, die, slechts door een lage welving van den grond verbonden met den Penangoegan, geheel afgezonderd, eenzaam oprijst.

In de begroeide ravijnen van den Ardjoeno waren nog tijgers om, en in de diepte van de berggroep gloeit en broeit nog het onderaardsche vuur.

Uit den ouden krater van den Walirang wordt dag aan dag de zwavel gehaald, die den berg zijn naam geeft. Op onzen tocht ontmoetten wij een van de zwavelhaalders. Mijn begeleider wist dadelijk aan den hoofddoek van waar de inlander kwam, die, alsof het niets was, een veertig kilo zwavel pikolde naar Pasoeroean, ofschoon de bamboe met de twee zware pakken aan de uiteinden diep boog en kreunde. ,

Als de zon in 't goud ondergaat heb ik reeds een paar keer waargenomen witte rookzuilen, die uit de Zuidwestelijke helling stijgen en een blauwen zwaveldamp, die, uit Walirang's krater rijzend, er aan herinnert hoe alle bergen, die wij hier zien van nabij of van verre, werkende of slapende vulkanen zijn.

Junghuhn schreef van den Ardjoeno: »Ze kenmerkt zich door het groote aantal eruptiekegels, welke in eene rij van het Zuidoosten naar het Zuidwesten, even als schoorsteenen op de nok van een dak, op elkander volgen— de Walirang is de

Sluiten