Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door een bamboes, die in den grond steekt waar ongeveer de mond van den overledene is, water gieten en men werpt dan ryst door een grooter bamboes.

De kleederen van den man, die ik op de windselen, waarin hy gewikkeld was, zag liggen, worden eiken avond weer teruggehaald van het graf, maar zeven ochtenden achtereen naar het graf teruggebracht.

Na den zevenden dag wordt het eerste Doodenfeest gegeven, waarop de lievelingsspyzen van den overledene worden voorgezet aan een pop, die hem voorstelt en met zyn kleederen gekleed is.

En in de gloeiende asch van ryststroo wordt wierook gebrand; er wordt gebeden en wy water wordt gesprenkeld op ieder. De oudste mannen van de dessah, die den pop vervaardigd en aangekleed hebben, roepen uit onder het geschrei der achtergelatenen: »Waarom hebt gy ons verlaten, wy zorgden zoo goed voor u!« en dan kleeden ze de pop weer uit en verbranden die op een gewijde plaats.

Maar de geesten van hen, die hier te Tosari en in de omliggende dessah's sterven, vinden hun zalige bestemming nog niet

dadelijk. Ze kunnen niet verder komen dan den Mungal-pas over den kraterrand.

Want die pas is het tehuis van den machtigen geest van

Raden Demeling, wien de Tenggereezen offers moeten brengen

van ryst en tabak, eer ze mogen dalen naar de Zandzee en

opgaan tot Bromo of Smeroe. In holten van den rotswand worden die offers gebracht.

En als de offers zijn gebracht aan den geest op den Mungal-pas, wordt het groote doodenfeest Njewu gegeven in de vijfde of zesde maand van het jaar, zoodat het voor den doode, die nu begraven werd, spoedig plaats kan grijpen. En dan stygt naar den Bromo-hemel de ziel van hem, dien ik voorby zag dragen en gevolgd heb naar het kerkhof, langs <le steile bergweg-trappen.

Sluiten