Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stengels recht en stijf naar de hoogste kruinen stijgen, deze overtoppen, ombuigen en dan in guirlandes nederhangen.

Er is één dichter, die mij in het tropisch woud telkens uit de verte toespreekt. Dit is Victor Hugo, »wiens Légende des Si ècles den mensch ons toont «montant des ténèbres a l'idéal,« en die op zyn eigen erf zou geweest zijn te midden van den verkwistenden overvloed van tropische vruchten en bladeren, tusschen de reusachtig hooge, bleeke boomen en omgevallen reuzenstammen in het schemerdonker van het zware bosch, volgegroeid met varens, waarboven groteske lianen afhangen. Gaande langs een afgrond, geheel vol met plantengroei, dicht gegroeid met loofverdiepingen van harde donkere bladeren, op wier lederachtige oppervlakte de slagregen klaterend, kletterend en resoneerend nederslaat, dacht ik aan den afgrond, door hem gezien, die:

Garde a jumais un air d'horreur ct de démenco,

Tant ce fut monstrueux de voir, dans 1'ombro immense,

Voler, ouvrant son aile alFrcuse loin du ciel,

Cetto ehauve-souris du chaos éternel....

En ik hoorde:

„Les tempótes de chars ct d'esoadrons! Mêlces,

Masses d'hommes, ehocs, panaches, éperons,

Bouclies ivres de bruit sonnant dans les clairons,

Les casques d'or, les tours sonnant des funérailles!

Het was avond toen wij, een paar dagen, later langs een pad door dat zelfde bosch een wandeling deden.

Wij wilden de stemmen van den nacht hooren in het woud en het aanschouwen in de duisternis, gelijk de voorgeslachten dat deden. Want het tropisch bosch verplaatst ons, of wij willen of niet, des nachts in de wereld van voorheen, toen angst voor het onzienlijke telkens de overhand kreeg.

Sluiten