Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vreemd witte strepen en punten wierp de jonge maan hier en daar door het stille bladerdak, glanzend op bamboes en lianenladders — het woud was satanisch.... het zweeg vóór ons uit en ter zijde van ons, maar achter ons aan rezen en daalden

geluiden en zwermden van alle zijden toe wij hoorden een

dof geluid, als het wild gestamp en gebulk van een dichten drom bantengs— wij hoorden iets dat geleek op angstgegil van kinderen en geweeklaag van vrouwen ... schuw keken wij

om — maar er was niets te zien het woud zweeg. Het was

de nacht! Wij gingen verder en't begon weèr!

Wij staken nu en dan een lucifer op, om te zien of wij nog op het pad waren, en dan zag ik bruine orchideeën, die dwerggezichten tegen my trokken.

Langs een waterplas ging ik, waarboven dwaallichten zweefden— er rees een ziekelijke reuk van vergankelijkheid, van verrotte bladeren en fungus uit het moerassig land, uit den vuilen, drassigen dalbodem, die walmde van een bleek phos-

phoriseeren, dat geen schaduw maakte weerlicht glansde

spookachtig tusschen de boomen door, waarheen ik uitzag...

er was ontzetting en vrees in 't zuchten van den nachtwind

en myn handen werden klam. Toen gingen wij ten laatste een lagen heuvel op — en het frissche zout van de zee verwelkomde ons, wij ademden een geur in van zeegras, en wij zaten ter neer om te leven.

Hier aan zee was alles rein! — Het was een nacht van maanlicht over zee en land, en de wolkschaduwen waren zacht purper op zilver— het breken der golven maakte langs de kust een eindeloos geruisch van water, ver den nacht in.

Betooverd als wij waren in het nachtwoud door oude stemmen en antieke angsten, gevoelen wij hier met verdubbelde innigheid, hoe de kracht en de heldenmoed van ons ras zyn gewonnen in den strij d tegen de natuur. Al worstelende met stormen en aardbevingen, met den nacht in het woud, met pest en

Sluiten