Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wy zaten stil en zwegen, eerbiedig luisterend naar de stemmen van de duisternis.

Op weg naar den heuvel tusschen wouden, vlakte en zee had ik geluisterd naar de legenden en prediking, het geloof en de gelooven van het fijngevoelig volk van Java, welks zieleleven de uitdrukking is van ingeboren denkbeelden, oude tradities en primitieve waarheden, daar het volk niet denkt maar gevoelt, en één met de natuur, nog hoort, wat wij in het Westen niet meer hooren, terwijl het alles bezield ziet door geesten en krachten.

De man, >die veel verborgens kent«, de man van ilmoe, is de vrome op Java.

Mijn bijdrage tot het gesprek was geweest de herinnering aan wat AbdoelRivai eens in het Handelsblad schreef over het sinds eeuwen vaststaand geloof der Javanen.

>De inlander, die de macht der »ilmoes« ontkent, is geen inlander meer«, zeide hij, en daarom moet men pogen te beseffen wat die tooverspreuken voor het volk zyn, die »ilmoes« welke ze, na zeer lang vasten en na slapelooze nachten, neuriënd zeggen en die de kracht van inwendige overtuiging hun dan schenken.

Wie niet in God gelooft en wien de naam van Christus

slechts een naam is, aanschouwt een kathedraal maar ziet

haar niet!

Wie niet het geheim van het Oosten kent en niet het leven leerde kennen zoo als Boeddha 't zag en voelde, aanschouwt

een Boeddha-tempel maar hij ziet dien niet! Wanneer de

wilde een god zich maakt, hem houwend uit een steen of houtblok, drukt hij een aandoening van vrees of hoop of zielsverlangen uit. Voor hem verpersoonlijkt dit voor ons zoo lomp-groteske beeld die aandoening.... Het leeft voor hem. Voor ons is het dood.

Wat voor ons op Java bedriegelijke voorstellingen zijn,

Sluiten