Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geloof ik dat voor de eilanders levende voorstellingen van bezielde natuurkracht bleven. En er is een stille kracht, die zij gevoelen en dus eeren.

»De veelheid der geesten, elk een kracht of uitwerking vertegenwoordigend, leert ons de fijne opmerkingsgave van den

Javaan kennen ze influenceerde zyn kunst«, zegt J. H.

Kohlbrugge in zijn boek: »Blikken in het zieleleven van den Javaan en zijn overheerschers«. (E. J. Brill, Leiden.)

Deze verklaring leg ik uit als bedoelt zij, dat het Oosten gelyk wij in Gods oneindigheid en almacht gelooft, maar oneindigheid en almacht beter meent uit té drukken door zeer velen dan door één terwijl alle geesten hun toch God, toch Allah zijn.

Als men de uiting hoort van primitief geloof, luistert men naar een waarheid, die jong is en nog groeit.

En ik vertelde het volgende verhaal:

»Eens was er een man, die het Parthenon gezien had, en hij wenschte zijn God een tempel te bouwen aan dezen gelyk. Maar hij was geen kundig bouwmeester en hy kon niets tot stand brengen dan een leemen hut met stroodak. Daarom zat hij ter neder en weende, want hij was bedroefd, dat hy geen waardiger tempel kon bouwen voor zijn God.

»Toen zeide een voorbijganger tot hem:

»Ik ken twee veel erger gevallen dan het uwe. Het eene is:

geen God te hebben! het tweede is een leemen hut op te

richten en die voor het Parthenon aan te zien«.

Het geloof der eilanders aan zoo vele geesten, toover-

machten en stille krachten is een Oostersch geloof en in

den stillen, geheimzinnigen nacht begrepen, of, beter gezegd, gevoelden wij er iets van.

Waardoor is het dat alle teekens der onzichtbare wereld zooveel inniger en overtuigender dan elders hier in 't Oosten tot ons spreken?

Sluiten