Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De nacht nadert uit het dal «Entends, ma chère, entends

la douce Nuit qui marche!«

Wij worden eerst gevormd door den dag met ochtendlicht en middagglans en gloed van ondergaande zonnen, maar vervolgens door den nacht met zijn geheimzinnigheid, zijn geduchte diepte van duisternis en zijn starrenhemel.

En het schijnt mij toe, dat onze godsdienst om dieper en inniger te worden en al de snaren der ziel te doen trillen den invloed moet ondervinden beurtelings van de dagen en> de nachten, van licht en duisternis.

Eindeloos licht is goed voor oogen noch ziel. De genezing voor hen, die slechts door wat ze zien en tasten bij helder daglicht overtuigd worden en slechts gelooven wat ze dus aanschouwen, is een wandeling geheel alleen des nachts door donkere lanen of over wijdspreidende velden, langs het strand of een berg op.

Wie dit niet begrijpt neme de proef.

komt dus in gemeenschap met de nachtzijde der natuur ; instinct en intuïties herleven, die aan voorouders in lang verleden tijden vertolkten wat de sterren zingen, wat de nachtwind fluistert.

De duisternis is een van de opvoedsters der menschheid. Het gevoel van mysterie brengt zij in der menschen ziel. Ze dwingt tot nadenken. Ja, ze wekte onder de menschen aanvankelijk schrik, bijgeloof, vrees voor geesten, maar voor wie met haar vertrouwd wordt heeft ze een godsdienstigen, heiligenden invloed. Ze doet den dageraad, de zon, de kleuren dubbel liefhebben. Ze verklaart telkens het geheim van winter, slaap en dood, van wegsterven en van duisternis om te herleven in nieuw licht, in jonge lente.

Wie in de steden, door gaslicht en electrisch licht belet wordt de opvoedende duisternis te vinden, ga in het Concertgebouw luisteren naar symphonieën. Deze geven vergoeding.

Sluiten