Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarvan in dit zonneland de heilige nacht ons een voorgevoel en half besef geeft, zoo schaduwzacht en liefelijk, een samenvloeiing van teederheid en diep ontzag.

Groote vleugelen van duisternis beroerden ons even en

dan huiverde ik, maar niet van angst, doch zooals wij doen wanneer wij van een edele daad van zelfopoffering hooren, of als wij luisteren naar Bach's Paaschmuziek der Opstanding.

De stemmen van den nacht, komende we weten niet van waar, ze zongen zacht van 't leven dat de aarde en hemel doordringt... van de eenheid van al het geschapene... van 't opwaarts streven aller krachten, aller geesten naar de Bron van alle leven— van aller zielen onderlinge afhankelijkheid en harmonie.

Ja, 't leven is goddelijk al wat leeft is bezield.

Ik hoorde den wind door de palmen en ik zeide zacht de woorden na van den teederen, meest Oosterschen heilige van het Westen- mijn broeder de boom!« want niet door toeval zijt gij opgegroeid en zijt gij schoon, o palm van 't Oosten. Geen onbewuste kracht heeft u geschapen en vormt u nog op dit oogenblik— het groote hemelwonder, 't leven, stroomt door u heen — en 't leven is geen doode kracht!

O hoe voel ik mij hier in Indië telkens tot aanbidding gedwongen. Het Oosten voel ik in mijn hoofd, mijn hart, mijn verbeelding.

Ik voel den sprong opwaarts naar God van al wat mjj omringt in de wouden en velden.

Moet men oud zijn, als voor het eerst men hier komt?

moet men eerst geleerd hebben van het leven? moet men,

schoon niet orthodox meer, geestelijk van Israël afstammen, om de stem van 't Oosten, die oproept ten gebede, zoo onwederstaanbaar te hooren?

Maar zeker toch brengt ook het mysterie van veel in

Sluiten