Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer eenzijdig te ontwikkelen, daar de vraag voorop stond

suiker, suiker, en nog eens suiker, want de premie, die de

fabrikant verdiende, was evenredig aan het suikergehalte van de grondstof die hij verwerkte.

De selectie bestond tot onlangs dan ook hoofdzakelijk alleen daarin, dat men een ongekend groot aantal beetwortels individueel op suikergehalte onderzocht.

De firma Kühn & Co te Naarden, (de eenige beetwortelzaadverbouwers in Nederland) brachten het hierin het verst door + 350.000 stuks beetwortelen in het voorjaar te onderzoeken. Hiervan werden een half per mille der suikerrykste exemplaren uitgezocht. Deze uitgezochte wonderkinderen, waarbij exemplaren voorkwamen van 22 °/() suikergehalte, werden door een tusschen-geslacht vermeerderd en omgezet in handelszaad. Niet noodig te zeggen dat hierdoor het suikergehalte steeds vooruit ging, terwijl daarentegen het gewicht per plant steeds daalde!

Hierin kwam door de Brusselsche Conventie en het afschaffen der premiën eene verandering. De vraag, die door de suikerindustrie nu aan de zaadtelers gesteld werd, was: »de grootst mogelijke opbrengst suiker per H.A. bij een suikergehalte der biet, die de suikerfabrikant de meeste winst blijft bieden.« Hierdoor kwam de vraag van selectie op gewicht of opbrengst per H.A. op den voorgrond. Om dit te kunnen bereiken moest de selectie geheel anders worden ingericht. De uitgezochte wonderkinderen, moesten niet dadelijk in handelszaad worden omgezet, maar eerst, na alle afzonderlijk zaad gedragen te hebben, beoordeeld en vergeleken worden in hun nageslacht... dat wil zeggen: het zaad van ieder individu moest afzonderlijk geoogst en het volgend jaar op bedden naast elkander uitgezaaid worden en beoordeeld, waardoor bleek welke nakomelingen het meeste suiker gaven per vlakte eenheid bij het hoogst mogelijke suikergehalte. De familie, die hieraan voldoet, wordt in

Sluiten