Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want wat voor de verbetering van het riet gedaan is, kan men wetenschappelijk eigenlijk geene selectie noemen, de verbetering, die van deze planten is verkregen en nog verkregen wordt, is het gevolg van het afzonderen van ondersoorten, deze worden door stekken vegetatief vermeerderd, waardoor de zoo verkregen soort constant blijft.

Veel is te danken door ieder, die weet wat de suikerindustrie voor Java beteekent, aan den heer Kobus, den directeur van het schoone proefstation te Pasoeroean, dat ik bezocht, en dat in 1907 is samengesmolten met dat van Kagok. En hij had uitnemende voorgangers en wegbereiders.

Het was de hoofdinspecteur der cultures, dr. J. H. F. Sollewyn Gelpke, die in 1885 door een reeks van artikelen in De Locomotief een warm pleidooi voerde voor het nut van proefstations voor den Indischen landbouw. Hij betoogde dat de suikerindustrie in Duitschland haar snellen vooruitgang in hoofdzaak te danken had aan de wetenschappelijke voorlichting der proefstations. Dus kon het wel niet anders of dergelijke instellingen moesten in Java, waar de suikerindustrie vooral wat het agronomisch gedeelte betreft, nog geheel empirisch gedreven werd, van onberekenbaar nut worden.

Een commissie vormde zich, die van de Nederlandsch-Indische Landbouw Maatschappij, de firma's Fraser Eaton & Co. en Van Daalen & Co., de koloniale Bank, de Internationale Crediet- en Handelsvereeniging Rotterdam, en den heer G. Lebret, reeds dadelijk donatiën tot een gezamenlijk bedrag van ƒ 10,000 ontving, terwijl 14 fabrieken met een areaal van 6344 bouws aanplant zich voor eene contributie van ƒ 1,50 's jaars per bouw of van ƒ 9516 's jaars verbonden. Nu waren wel de voor op zeer bescheiden schaal werkende stations op circa ƒ 21,000 's jaars geraamde uitgaven nog niet gedekt, maar daar er destijds 92 fabrieken in Oost-Java werkzaam waren, waarvan ongetwijfeld nog vele zouden toetreden, meende

Sluiten