Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omgewoeld, waar altijd jong frisch groen gewas opschiet naast rijpe paddi, welke, schitterend goudgeel, het hart verheugt.

Als handenarbeid niet zoo buitengewoon goedkoop was, zou deze ouderwetsche rijstcultuur onmogelijk zyn, acht ik vaak. Men stelle zich eens voor. Elk plantje wordt afzonderlek

één voor één gespeend en overgeplant Elk halmpje wordt

één voor één met een scherp mesje afgesneden, om geen korrel verloren te laten gaan. Geen zeisen worden dus geslagen met een fermen zwaai, 't Is alles peuterwerk.

Ik kan geen vreugde scheppen in de gedweeheid, lijdzaamheid, onverschilligheid der Javanen. Onmogelijk is het my hen te bewonderen, omdat ze tevreden zijn met als eenig voedsel te gebruiken voor een paar centen rijst, wat niet zeer frissche visch en wat weerzinwekkende zoetigheid. Hun cultuur van rijst en rijst en nog eens rijst, schijnt mij zulk een krachtsverspilling. Welk een magere opbrengst voor zooveel werk door zulk een tal van menschen op één akker!

Oorspronkelijkheid van gedachte, onafhankelijkheid van karakter, mannelijk streven naar volmaking en beschaving worden niet gekweekt door het plantenleven van geduldige rijstkweekers en -eters. Ze pikollen maar altijd om in het oude draaiommetje. De vruchten, die ze te koop bieden, komen allen van toevallig in de kampong opgegroeide boomen. Niets wordt aan hun cultuur gedaan. Ze worden niet verzorgd, gesnoeid, van dood hout bevrijd, veredeld.

Eens merkte ik dit op in het bijzijn van de weduwe van den vroegeren kapitein-Chinees van Pasoeroean. Een paar dagen later ontving ik een mand vruchten, door een Chineeschen tuinman gekweekt in haar tuinen. Die vruchten waren een openbaring van wat cultuur zou vermogen in 't aardsche paradijs Java. Maar die goedige, conservatieve, inerte Javanen doen niets aan zulke, waarlijk niet zeer moeilijke cultuur. Ze planten waterplantjes en snijden die af met een mesje, één voor één!

Sluiten