Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder dak had gebracht. Zijn grondgebied bestond geheel uit natuurwoud, met uitzondering van een paar hoewas, gelijk men droge sa was noemt. Hy was vergezeld door een mandoer en een honderd koelies uit Midden-Java, en deze begonnen aan het kappen van groote zware boomen, van zuilvormige, aschgrijze djati's met ruwe bladeren en vertakte pluimen van witte star-bloemen, van rotan-palmen, die in groot aantal in bosschen te zamen stonden, en van a r è n-palmen, met zwarte stamvezels en bladeren van acht meters lengte, wier hout hard is en die een merg hebben, waaruit sago bereid kan worden

Het goede hout van het gekapte oerbosch werd bewaard voor huizenaanbouw en het andere hout op groote hoopen gelegd en in den drogen tijd verbrand. Ook werden onmiddellijk vuren aangelegd boven de dikke wortels der gevelde zware boomen om ze te verzengen, terwijl men die der kleinere boomen in de aarde liet verrotten. Wat zouden zekere kleine jongens van mijn kennis een pret gehad hebben in dit vuurtjes stoken! En ik ook!

Terwijl de koelies aan het hakken en houwen waren, bouwde onze pionier zich een klein huis, gelijk met den grond, die, vastgetreden, tot vloer diende. En boven een komfoor, op steenen geplaatst, kookte hij zelf zijn eigen kost.

Toen kwam de eerste ramp! Twee flinke paarden had hij medegebracht, en niettegenstaande den geheelen nacht steeds hooge vuren vlamden, werd een der paarden door een tijger verscheurd. Het andere paard brak los en werd niet teruggevonden. En het voorbeeld van het paard volgden de honderd koelies, die de schaarsch geworden tijgers afgewend waren. In panischen schrik ontvluchtten ze, bevreesd voor den machtige, wiens geduchte naam zelfs niet gefluisterd mag worden! Ze verdwenen en kwamen evenmin als paard no. 2 terug.

Nu moest de mandoer er op uit om nieuw volk te werven.

Sluiten