Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goddelijke vruchtbaarheid. Maar de beroemde donkere Cleopatra van het Java-woud, de djati-boom, is mjj een spook geworden, en een bosch er van een nachtmerrie!

Met een Chinees, een hout-contractant, had ik kennis gemaakt. Nu is dit reeds de vijfde Chinees, met wien ik heel veel op kreeg. Zij vormen den waren middenstand in Java, en vooral zoolang ze werken, worstelen, opwaarts zich baan breken, schijnen ze mij al bijzonder knappe en belangwekkende mannen toe. Mijn nieuwe kennis verstond een beetje Engelsch en vulde dit aan met zacht klinkend Javaansch.... niet Maleisch, want hij werkt vooral in het binnenland. Ik begreep veel van wat hy zeide en keek telkens naar zyn onmogelijk jong gelaat, dat mij minstens 20 jaar misleidde. Als ik niet het plan had over boomen te gaan schrijven, ging ik nu bespiegelingen houden over Chineesche gezichten. Ik vind ze zoo veel interessanter, geheimzinniger, machtiger dan die der Japanners! De toekomst van Azië — wellicht die der wereld — zou ik kennen en begrijpen, zoo ik goed op die gladde gezichten van sterke mannen lezen kon wat ze te zeggen hebben. Dat in China lente-groei, renaissance, zich kenbaar maakt is, dunkt mjj, van veel grooter, dat is van b 1 y v e n d e r beteekenis voor de toekomst van Azië, dan het Japansche vuurwerk.

Ik wilde een djatti of djati-bosch zien. Ik ken de ware spelling niet. Een der merkwaardigheden toch van Java is dat byna geen naam overal hetzelfde uitgesproken en gespeld wordt. Men spreekt van tjemoros en tjemaras enzoovoort. Maar ik vermoed, dat djati het nauwkeurigst is, want het hout heet kajoe jati en kajoe djati in Maleisch en Javaansch en di djati in het Soendaneesch.

Ik wilde een djati-bosch zien en myn zeer beschaafde Chineesche vriend zou mij er een wyzen.

In myn beste Engelsch sprak ik met veel gevoel van het djati-woud, dat ik in verbeelding reeds voor mij zag.

Sluiten