Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(70 centimeter), spits, van onderen lichter dan van boven en met een dicht vilt van haren bedekt.

Ik zag niets als kale, grijze, doodsche stammen, waartusschen, tot verkwikking der oogen, de groote oranjekleurige bloemen van een nog onbekenden boom zich vertoonden. In de ravijnen zag ik paarse bloesems. Anders nergens kleur!

Maar indien ik tusschen November en Maart het djati-bosch gezien had, wanneer het woud lente viert met jong groen en bloesems, dan had ik een geheel anderen indruk gekregen.

Nieuw spreekwoord: »I1 faut juger les djatis d'après leur date«....

Maar het »doode« woud is dood nu en altijd!

O, dat spokenbosch!

SEMARANG.

Een mooie nieuwe stad met heerlijke lanen, vroolyk door de liefelijke Indische woningen, welke er langs verrijzen.... een oude stad vol herinnering aan de voorvaderen, droefgeestig door bouwvallige huizen langs slooten, vol poelen, moeraslucht en koorts in nu zorgvuldig onbewoond gelaten gedeelten dicht bij zee.

Wat zulke ongezonde wijken te Semarang beduiden, beseft men als men leest, dat er kampongs zijn waar het sterf te-cijfer gemiddeld per jaar 100 pro mille bedraagt.

In eene zeer duidelijk geschreven brochure van den heer M. van Geuns getiteld: de groei der Indische steden las ik, dat de geheele laaggelegen streek van Semarang één broeinest is van Anopheles muskieten en microben, één pestilentie van infectie, waar malaria, typhus en dysenterie welig tieren en waar, indien ooit weer eens een choleratijd aanbreekt, de dooden vermoedelijk met honderden, zoo niet met duizenden zullen vallen.

Sluiten