Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zeker is er hier iets gedaan. Men heeft, verderop dan dit ideêele terrein, dat ik vrij wil houden voor de gemeente, gesticht Tjandi, de liefelijke, onvolprezen bovenstad voor zeer vermogenden op een steilen heuvel. Maar talloos en overwegend zijn de bezwaren die beletten, dat anderen dan enkele zeer gefortuneerden aldaar wonen. Moeilijk te bereiken is Tjandi! Het is alleen bewoonbaar, doordien de watervoorziening van

Oei Tiong Bhing den bewoners water levert al is dit ook

op bijzonder weinig hygiënische wijze! Het kan zich niet uitbreiden. Het rayon, waarbinnen water geleverd kan worden, is even beperkt als het beschikbaar bouwterrein. Men leeft er ver van geneesheeren en winkels. De wegen zijn slecht.

Daar alleen zou ik willen wonen, moest ik te Semarang leven; alles zou ik mij willen ontzeggen om dit mogelijk te maken!.... maar als ik denk aan wat zoo gemakkelijk te verkrijgen zou zyn, dan begin ik heel binnensmonds te razen op de rijks- en gemeente-regeeringen van weleer, die niet voorzagen en dus niet regeerden en geen terrein beschikbaar hielden. Maar er is nog iets te redden.

Doch dan moet men de toekomst verdedigen, niet alleen tegen de Chineezen die leven, maar vooral ook tegen hen die dood zijn. Ik acht hen de gevaarlijksten. En daarop wil ik wijzen.

Want onder de Chineezen heb ik allerlei krachten en hoedanigheden meenen te ontdekken, die mij in hen een krachtig element tot ontwikkeling van Java's bloei begroeten doen. Als regeeren voorzien beteekent, dan zou ik zonder uitstel de beperkende, benauwende bepalingen willen zien opheffen, waaraan onze Nederlandsch-Indische Chineezen moeten gehoorzamen.

Chineezen, wier voorvaders sinds twee eeuwen in Java gevestigd zijn, gelijk bijvoorbeeld Lie Kim Liong, die de zijdefabriek bij Batavia oprichtte, worden als vreemde Oosterlingen behandeld; ze moeten vergunning vragen voor de

16

Sluiten